ECLI:NL:RBZLY:2012:CA1636
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering betaling na faillietverklaring wegens niet-voltooide elektronische overboeking
In deze zaak vordert de curator van het faillissement van een besloten vennootschap terugbetaling van een bedrag van €6.000,00 dat kort voor de faillietverklaring elektronisch is overgemaakt aan de gedaagde coöperatie. De kern van het geschil is of de betaling op het moment van faillietverklaring volledig was afgerond, waarbij het fixatiebeginsel en artikel 23 van Pro de Faillissementswet centraal staan.
De curator stelt dat de betaling pas op de dag van faillietverklaring is bijgeschreven op de rekening van de gedaagde, terwijl de debitering van de rekening van de schuldenaar nog niet had plaatsgevonden. De gedaagde betwist dit en voert aan dat de debitering al op de dag van de opdracht had plaatsgevonden, waardoor het bedrag niet meer tot het vermogen van de schuldenaar behoorde.
De rechtbank stelt vast dat de debitering door de bank van de schuldenaar op de dag van de opdracht heeft plaatsgevonden, maar dat de doorgeleiding van de betaalopdracht aan de begunstigde bank pas op de volgende werkdag heeft plaatsgevonden. Hierdoor was de betaling op het moment van faillietverklaring nog niet volledig afgerond. Op grond van de jurisprudentie kan de curator het bedrag terugvorderen. De kantonrechter veroordeelt de gedaagde tot terugbetaling van €6.000,00, vermeerderd met rente en incassokosten, en wijst het meer gevorderde af.
Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van €6.000,00 aan de curator wegens niet-voltooide betaling op het moment van faillietverklaring.