ECLI:NL:RBZLY:2012:BY2027
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.E.C. van Rijckevorsel-Besier
- W.F. Bijloo
- A. Oosterveld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling natuurterreinstatus kruiden- en faunarijke akkers voor watersysteemheffing
Eiseres, eigenaar van een perceel met kruiden- en faunarijke akkers, stelde dat deze akkerdelen als natuurterrein moesten worden aangemerkt voor de watersysteemheffing, zodat het lagere natuurterraintarief zou gelden. Verweerder had deze delen echter als 'ongebouwd overig' aangemerkt en het hogere tarief toegepast.
De rechtbank onderzocht of het perceel geheel of nagenoeg geheel en duurzaam was ingericht en beheerd voor natuurbehoud, zoals vereist in artikel 116, onderdeel c, van de Waterschapswet en de Verordening op de watersysteemheffing. Uit jurisprudentie volgt dat 'geheel of nagenoeg geheel' betekent dat minimaal 90% van inrichting en beheer op natuur gericht moet zijn.
Eiseres voerde aan dat het beheer biologisch en natuurvriendelijk was, met beperkte mestgift, teelt van EKO-granen en extensief randenbeheer. Echter, de financiële opbrengst en productiviteit wezen op aanzienlijk agrarisch gebruik. Een door verweerder overgelegde notitie concludeerde dat agrarische productiviteit op het perceel nog steeds 40% bedraagt, wat ruim boven de 10% grens ligt.
De rechtbank concludeerde dat noch inrichting noch beheer aan het 90%-criterium voldoen en dat het perceel daarom niet als natuurterrein kan worden aangemerkt. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en verweerder mocht het hogere tarief toepassen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard; het perceel is terecht als ongebouwd overig aangemerkt voor de watersysteemheffing.