ECLI:NL:RBZLY:2012:BY0216
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens vrijwillige terugtred bij poging levensbeëindiging op uitdrukkelijk verzoek echtgenote
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde de zaak van verdachte die werd beschuldigd van poging tot moord op zijn echtgenote in de periode van 30 november tot 1 december 2011. De echtgenote leed aan ernstige medische aandoeningen en had meerdere malen haar wens tot levensbeëindiging kenbaar gemaakt, maar euthanasie was geweigerd. Verdachte had morfinepillen fijngemalen in een toetje klaargezet en paracetamol opgelost in water, die zijn echtgenote zelfstandig innam. Toen dit niet tot overlijden leidde, drukte verdachte uit wanhoop een kussen kort op haar gezicht, maar haalde het weg nadat zij aangaf zo niet te willen sterven en belde een psychiater om hulp.
De rechtbank stelde vast dat het subsidiair ten laste gelegde, poging tot levensbeëindiging op uitdrukkelijk en ernstig verlangen van de echtgenote, wettig en overtuigend bewezen was. De primaire tenlastelegging poging tot moord werd verworpen omdat het wettelijk vereiste element van uitdrukkelijk en ernstig verlangen ontbrak. De rechtbank oordeelde dat verdachte vrijwillig was teruggetreden door zelf te stoppen met het drukken van het kussen en hulp in te schakelen, waardoor hij werd ontslagen van alle rechtsvervolging.
De rechtbank vernietigde de medicijnen die gebruikt waren bij het feit en gaf het kladblok met notities terug aan verdachte. De uitspraak benadrukt het belang van vrijwillige terugtred als strafuitsluitingsgrond en bevestigt dat levensbeëindiging op uitdrukkelijk en ernstig verzoek onder strikte voorwaarden valt. Verdachte werd vrijgesproken van poging tot moord en ontslagen van alle rechtsvervolging voor het subsidiair bewezen verklaarde feit.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens vrijwillige terugtred bij poging levensbeëindiging op uitdrukkelijk verzoek van zijn echtgenote.