ECLI:NL:RBZLY:2012:BX9579
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewijslast en aard van lening versus schenking tussen moeder en zoon
In deze civiele zaak staat centraal of een bedrag van €20.000 dat moeder aan haar zoon verstrekte, een lening dan wel een schenking betreft. De zoon betwist dat sprake is van een lening en wijst op de notariële akte waarin het bedrag als schenking is vermeld. De moeder stelt dat dit alleen is gedaan om financiering mogelijk te maken. Tevens is een bedrag van €10.000 aan de zoon overgemaakt met de omschrijving 'lening'.
De rechtbank constateert dat de zoon vanaf 2009 rente heeft betaald over een bedrag dat duidt op een lening van €40.000, wat de stelling van moeder ondersteunt. De zoon betwist echter de juistheid van de aangifte van schuld in zijn belastingaangifte en voert dat de accountant hem verkeerd heeft voorgelicht.
De rechtbank oordeelt dat de moeder de bewijslast draagt om aan te tonen dat de bedragen leningen zijn en niet schenkingen. De zoon heeft onvoldoende onderbouwing gegeven voor zijn tegenverweer dat hij eerder een lening aan zijn moeder zou hebben verstrekt. De rechtbank wijst de stellingen van de zoon af en houdt de zaak aan voor bewijslevering door moeder, waarbij zij getuigen kan oproepen en bewijsstukken kan overleggen.
De rechtbank bepaalt dat de wettelijke rente over de bedragen vanaf de dagvaarding toewijsbaar is bij gebreke van betwisting. Tot slot wordt de zaak op 1 augustus 2012 opnieuw op de rol gezet voor verdere behandeling van het bewijs.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan voor bewijslevering door moeder over de lening van €20.000 naast de hypothecaire lening.