ECLI:NL:RBZLY:2012:BW8068
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtelijke rangregeling en zorgplicht bank in hypotheekgeschil
De zaak betreft een geschil over de verdeling van de restant-executieopbrengst van een woonboerderij waarop meerdere hypotheken rusten. De bank, als derde hypotheekhouder, vordert een batige rangschikking van haar vordering en een bevelschrift tot uitkering van het bedrag.
De gedaagde stelt dat de bank tekort is geschoten in haar zorgplicht door onvoldoende rekening te houden met zijn financiële situatie, aangezien hij alleen AOW-inkomsten heeft. Hij vordert schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van de bank.
De rechtbank oordeelt dat er geen bijzondere zorgplicht voor de bank geldt in deze situatie, omdat de financiële producten niet complex zijn en de gedaagde voldoende inzicht had in de risico's. Ook is onvoldoende gebleken dat de bank op de hoogte was van een beschermingsbehoefte van de cliënt. De vordering van de bank wordt batig gerangschikt en de vordering van de gedaagde wordt afgewezen. De bank krijgt een bevelschrift tot uitkering van het bedrag en de gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de gedaagde af en rangschikt de vordering van de bank batig tot EUR 77.037,55 plus rente.