ECLI:NL:RBZLY:2012:BW4113
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen verbeurde dwangsommen bij geschil hoofdverblijfplaats kinderen na verhuizing
Partijen zijn gescheiden en hebben drie minderjarige kinderen met gezamenlijk gezag. Na verhuisplannen van eiseres stelde gedaagde een kort geding-procedure in om de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem te laten zijn. De voorzieningenrechter verbood eiseres vanaf 17 augustus 2009 wijzigingen in de hoofdverblijfplaats zonder toestemming, onder dreiging van een dwangsom van €10.000.
Eiseres verhuisde op 11 juli 2009 met de kinderen naar een nieuwe woonplaats. Gedaagde stelde dat zij het verbod had overtreden door de kinderen vanaf 17 augustus 2009 niet in de oude hoofdverblijfplaats te laten verblijven. Eiseres betwistte dit en stelde dat zij het verbod niet had overtreden en dat gedaagde misbruik van bevoegdheid maakte door de dwangsom te incasseren.
De rechtbank stelde vast dat het verbod pas vanaf 17 augustus 2009 gold en dat het verblijf op 16 augustus niet tot overtreding leidde. Verder oordeelde de rechtbank dat het verbod bedoeld was om de situatie van vóór de verhuizing te herstellen, maar dat dit niet vereiste dat de kinderen uitsluitend in de oude woning moesten verblijven. Het verblijf in de nabije omgeving en het volgen van oude scholen en sportclubs voldeed aan het doel van het verbod.
De rechtbank concludeerde dat eiseres in de periode van 17 tot 26 augustus 2009 het verbod niet had overtreden en dat gedaagde onrechtmatig had gehandeld door de dwangsom te incasseren. Gedaagde werd veroordeeld tot terugbetaling van het bedrag en de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat eiseres het verbod niet heeft overtreden en veroordeelt gedaagde tot terugbetaling van de onrechtmatig geïncasseerde dwangsom en proceskosten.