ECLI:NL:RBZLY:2012:BW3338
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot opheffing van conservatoir beslag wegens onvoldoende ondeugdelijkheid vorderingen
Eurocommerce vorderde in kort geding de opheffing van conservatoir beslag dat JDS had gelegd op haar onroerende zaken, stellende dat de vorderingen van JDS ondeugdelijk waren. JDS had aanzienlijke bedragen geïnvesteerd in diverse vastgoedprojecten van Eurocommerce en stelde dat zij nog betalingen van Eurocommerce tegoed had, onder meer wegens onjuiste afrekeningen en niet uitgekeerde winsten.
De voorzieningenrechter overwoog dat Eurocommerce onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de vorderingen van JDS ondeugdelijk waren. Zo was niet bewezen dat de vorderingen over de projecten Place Vendome II en Nieuwe Poort I niet opeisbaar waren, ondanks dat de koopovereenkomsten waren ontbonden. Ook de vorderingen betreffende behaalde resultaten, exploitatiekosten en rente over huurgaranties waren niet summierlijk betwist.
Eurocommerce had niet voldoende bewijs geleverd voor haar stellingen over de hoogte van participatiebijdragen en de overeengekomen beheerfee. Het ontbreken van een volledige wilsovereenstemming over bepaalde afspraken en het ontbreken van nadere bewijslevering in dit kort geding speelden een rol. De voorzieningenrechter oordeelde dat JDS een gerechtvaardigd belang had bij het handhaven van het beslag, mede gezien de financiële situatie van Eurocommerce.
De vorderingen van Eurocommerce werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op €1.479,- ten gunste van JDS.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het conservatoir beslag van JDS op Eurocommerce wordt afgewezen.