Uitspraak
RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD
1.De procedure
- het tussenvonnis van 26 september 2012
- de akte na tussenvonnis van de provincie
- de antwoordakte na tussenvonnis van de [gedaagde].
2.De verdere beoordeling
904,00(2,0 punten × tarief € 452,00)
Rechtbank Zwolle-Lelystad
De provincie Overijssel vorderde de opheffing van een onrechtmatige toestand betreffende een ark die door de gedaagde was geplaatst. De rechtbank oordeelde dat sinds 1980 een onrechtmatige toestand bestond, maar dat de vordering tot opheffing daarvan in 2000 was verjaard. De provincie kon zich niet beroepen op het feit dat de ontheffing oorspronkelijk aan de gemeente was verleend en niet aan de gedaagde.
De rechtbank verwierp het verjaringsverweer niet, ondanks dat dit pas bij dupliek was aangevoerd. Ook het beroep van de provincie dat het verjaringsverweer onaanvaardbaar was naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid werd verworpen. De rechtbank vond dat de gedaagde terecht een beroep deed op verjaring.
De vordering tot verwijdering van de ark werd afgewezen, maar de rechtbank veroordeelde de gedaagde wel om binnen twee weken de voorzieningen naast de ligplaats te verwijderen. De provincie werd veroordeeld in de proceskosten, terwijl de kosten van de extra akte voor rekening van de gedaagde blijven.
Uitkomst: De vordering tot verwijdering van de ark wordt afgewezen wegens verjaring, maar de gedaagde moet voorzieningen naast de ligplaats verwijderen.