ECLI:NL:RBZLY:2011:BV2324
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Anticipatie op artikel 61 lid 4 Faillissementswet inzake terugneming woning door echtgenoot
De curator in het faillissement van [A] vordert dat de woning van de echtgenote, [gedaagde], wordt aangemerkt als onderdeel van de faillissementsboedel en dat zij de woning ontruimt. De echtgenote voert verweer en stelt dat zij eigenaar is van de woning en dat deze niet met gemeenschapsgelden is gefinancierd, mede omdat zij en [A] gehuwd zijn onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen.
De kern van het geschil betreft de uitleg van artikel 61 lid 4 van Pro de Faillissementswet, dat de echtgenoot van de gefailleerde het recht geeft om goederen terug te nemen die buiten de huwelijksgemeenschap vallen en die met privévermogen zijn gefinancierd. De rechtbank oordeelt dat de echtgenote niet hoeft te bewijzen dat de woning volledig met eigen middelen is gefinancierd, maar dat zij kan volstaan met bewijs dat de woning voor meer dan 50% met privémiddelen is gefinancierd, overeenkomstig de 50%-regel uit artikel 1:124 lid 2 BW Pro.
De rechtbank beveelt een comparitie aan om nadere inlichtingen over de financiering van de woning te verkrijgen en om te onderzoeken of partijen tot een minnelijke regeling kunnen komen. De procedure wordt aangehouden totdat deze comparitie heeft plaatsgevonden en verdere stukken zijn uitgewisseld.
Uitkomst: De rechtbank beveelt een comparitie aan om nadere inlichtingen over de financiering van de woning te verkrijgen en houdt de zaak aan voor verdere beslissing.