ECLI:NL:RBZLY:2011:BV2030
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bestuurdersaansprakelijkheid wegens ontbreken persoonlijk verwijt
De zaak betreft een civiele procedure waarin meerdere eisers bestuurders van een vennootschap aansprakelijk willen stellen voor onbetaalde facturen. De vennootschap [bedrijf A] was actief in taxi- en vervoersdiensten en ging failliet. Eisers vorderen betaling van openstaande facturen en baseren hun vorderingen op bestuurdersaansprakelijkheid wegens onrechtmatig handelen, waaronder schending van de Beklamelnorm en het opwekken van een schijn van kredietwaardigheid.
De rechtbank stelt vast dat de bestuurders niet persoonlijk betrokken waren bij het aangaan van de overeenkomsten en onvoldoende concreet is gesteld dat zij persoonlijk verwijtbaar hebben gehandeld. De Beklamelnorm vereist dat een bestuurder wist of redelijkerwijs had moeten begrijpen dat de vennootschap haar verplichtingen niet kon nakomen en geen verhaal bood. Eisers hebben niet aangetoond dat de bestuurders persoonlijk bij het bestuur betrokken waren of dat zij hun waarschuwingsplicht hebben geschonden.
Daarnaast is het verwijt dat kort voor het faillissement een vordering om niet werd overgedragen aan een zustervennootschap onvoldoende onderbouwd. De rechtbank concludeert dat de vorderingen niet kunnen worden toegewezen en veroordeelt eisers in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens onvoldoende bewijs van persoonlijk verwijt aan bestuurders.