ECLI:NL:RBZLY:2011:BV1880
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor beroepsfout na verjaring schade-uitkering brandstichting woning
Eisers hadden hun woning in brand gestoken, waarna de verzekeraar de schade-uitkering weigerde wegens merkelijke schuld. Psychiatrische rapporten stelden vast dat eiser leed aan een vitale depressie met ernstige oordeelsstoornissen, waardoor hij verminderd toerekeningsvatbaar was. De rechtbank oordeelde dat ondanks de vermindering van toerekeningsvatbaarheid, eiser niet in ernstige mate verwijtbaar handelde en dus geen sprake was van merkelijke schuld. Hierdoor had de verzekeraar de schade-uitkering moeten verlenen.
Eisers hadden de rechtsbijstandsverlener aansprakelijk gesteld wegens het laten verlopen van de verjaringstermijn van hun vordering tegen de verzekeraar. De beroepsfout van de advocaat werd erkend. De rechtbank stelde vast dat deze fout ertoe heeft geleid dat eisers schade hebben geleden, omdat zij anders een kans hadden gehad op toewijzing van hun vordering tegen de verzekeraar.
De rechtbank veroordeelde de rechtsbijstandsverlener tot betaling van de schadevergoeding van EUR 167.000, vermeerderd met wettelijke rente, en in de proceskosten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen, omdat deze reeds in de proceskosten waren begrepen.
Uitkomst: De rechtsbijstandsverlener wordt veroordeeld tot betaling van EUR 167.000 schadevergoeding en rente wegens het laten verlopen van de verjaringstermijn.