ECLI:NL:RBZLY:2011:BU8836
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag na beëindiging huwelijk en sluiting vestiging
De werkneemster was gehuwd met de directeur/aandeelhouder van de vennootschap en werkte als administratief medewerkster bij een van diens vestigingen. Na het stuklopen van het huwelijk in 2007 en de officiële echtscheiding in 2010, ontstond een verstoorde arbeidsverhouding die leidde tot de sluiting van de vestiging waar zij werkte. De vennootschap vroeg een ontslagvergunning aan wegens deze verstoorde arbeidsverhouding en zegde het dienstverband op per 1 mei 2011.
De werkneemster stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was omdat het direct samenhing met het eindigen van het huwelijk en de sluiting van de vestiging, terwijl zij altijd goed had gefunctioneerd en geen passende herplaatsing of financiële compensatie had ontvangen. De vennootschap betoogde dat de sluiting verband hield met de economische crisis, dat de werkneemster een WW-uitkering had kunnen ontvangen en dat zij een aanzienlijk vermogen had verkregen in het kader van de echtscheiding.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag onlosmakelijk verbonden was met het stuklopen van het huwelijk en de verstoorde arbeidsverhouding, en dat het onredelijk was dat alleen de werkneemster de gevolgen droeg. Het ontbreken van financiële compensatie maakte het ontslag kennelijk onredelijk. De schadevergoeding werd vastgesteld op € 10.364 bruto, rekening houdend met de WW-uitkering die de werkneemster had kunnen ontvangen. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is kennelijk onredelijk opgezegd en de vennootschap moet € 10.364 bruto schadevergoeding betalen.