ECLI:NL:RBZLY:2011:BU7807
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.E.C. Rijckevorsel-Besier
- Rechtspraak.nl
Beëindiging subsidie hafabra-onderwijs met inachtneming redelijke termijn
Stichting De Muzerie ontving subsidie van de gemeente Dalfsen voor het verzorgen van kunsteducatie, waaronder hafabra-onderwijs. Bij besluit van 30 december 2010 maakte de gemeente bekend dat vanaf 1 september 2011 geen subsidie meer beschikbaar wordt gesteld voor hafabra-onderwijs aan Stichting De Muzerie, maar dat deze middelen worden toegekend aan lokale muziekverenigingen. Dit besluit werd op 26 mei 2011 in stand gehouden na een bezwaarprocedure.
Stichting De Muzerie stelde dat het besluit onrechtmatig was omdat geen redelijke termijn was gehanteerd voor de beëindiging van de subsidie en dat de gemeente aansprakelijk was voor de schade, waaronder ontslagkosten en bovenwettelijke uitkeringen, die voortvloeiden uit het stopzetten van de subsidie. De rechtbank oordeelde dat de termijn van acht maanden tussen mededeling en beëindiging redelijk was en dat de subsidieovereenkomst geen verplichting bevatte tot aansluiting bij de CAO Kunsteducatie, waardoor de schadevergoedingsvordering niet toewijsbaar was.
De rechtbank nam het uitgebreide en goed onderbouwde advies van de bezwaarcommissie over en concludeerde dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van de subsidie voor hafabra-onderwijs wordt ongegrond verklaard.