ECLI:NL:RBZLY:2011:BR6385
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenvonnis in geschil over bestuurdersaansprakelijkheid en loonvorderingen woningstichting Rochdale
De woningstichting Rochdale vorderde van haar oud-bestuursvoorzitter terugbetaling van onverschuldigd betaald loon en vergoeding van door hem genoten financiële voordelen. De vorderingen betroffen onder meer onbevoegd toegekende beloningen, onrechtmatige privé-uitgaven met zakelijke creditcards en mobiele telefoons, en financiële gunsten ontvangen van gelieerde vastgoedbedrijven. Rochdale baseerde haar claims op werknemersaansprakelijkheid (art. 7:661 BW Pro) en bestuurdersaansprakelijkheid (art. 2:9 BW Pro).
De kantonrechter stelde vast dat de oorspronkelijke vordering op werknemersaansprakelijkheid betrekking had op interne gedragingen binnen Rochdale, terwijl de vermeerderde vordering bestuurdersaansprakelijkheid betrof en handelde over transacties met externe partijen. Vanwege deze verschillende aard verwees de kantonrechter de vermeerderde vordering naar de civiele sector van de rechtbank, die bevoegd is voor bestuurdersaansprakelijkheid.
Verder wees de kantonrechter het bezwaar van de oud-bestuursvoorzitter tegen de vermeerdering van eis af, oordeelde dat de vermeerdering niet leidde tot onredelijke vertraging en dat de behandeling van de vorderingen gescheiden kon plaatsvinden. De rechter nodigde partijen uit voor een comparitie om nadere toelichtingen te geven over de complexe feiten en juridische standpunten, en hield verdere beslissingen aan.
Uitkomst: De vermeerderde vordering wegens bestuurdersaansprakelijkheid is verwezen naar de civiele sector; bezwaar tegen vermeerdering van eis is ongegrond verklaard.