ECLI:NL:RBZLY:2011:BR5844
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen wegens onduidelijke stellingen en gebrek aan onderbouwing in kort geding
In deze kortgedingprocedure vordert eiser dat Loonbedrijf [B] verantwoording aflegt over de opbrengst van bloembollen geteeld op diens land en een voorschot toekent bij tenietgaan van de bollen. Eiser baseert zich op eerdere vonnissen en faillissementsaanvragen, maar slaagt er niet in zijn stellingen helder en juridisch onderbouwd uiteen te zetten.
De voorzieningenrechter constateert dat de dagvaarding zonder kennis van de voorgeschiedenis onbegrijpelijk is en dat eiser onvoldoende toelicht hoe de diverse betrokken (rechts)personen zich tot elkaar verhouden. Ook wordt niet duidelijk waarom Loonbedrijf [B] jegens eiser verantwoording zou moeten afleggen over bollen die voor andere partijen zijn geteeld.
Tijdens de zitting wordt eiser expliciet de gelegenheid geboden zijn stellingen toe te lichten, maar dit leidt niet tot verduidelijking. De advocaat van eiser geeft geen antwoord op de vraag naar de juridische grondslag van de vorderingen. De voorzieningenrechter concludeert daarom dat de vorderingen niet voor toewijzing in aanmerking komen.
De vorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van Loonbedrijf [B] worden begroot op EUR 1.472,00.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen wegens onduidelijke en onvoldoende onderbouwde stellingen.