ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ9495
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens onherstelbare vertrouwensbreuk door diploma-fraude
Werknemer solliciteerde in maart 2007 op een functie als Pedagogisch medewerker B, waarvoor een afgeronde MBO-opleiding vereist was. Tijdens de sollicitatie en indiensttreding heeft werknemer niet duidelijk gemaakt dat hij niet over het diploma beschikte, ondanks herhaalde verzoeken van werkgever om een kopie te overleggen.
Werkgever ontdekte pas in 2011, bij een samenwerking met een partnerorganisatie die strikte diplomeringseisen stelde, dat werknemer niet gediplomeerd was. Werknemer bleef ondanks meerdere verzoeken zwijgen over het ontbreken van het diploma, wat leidde tot een ernstige vertrouwensbreuk.
De kantonrechter oordeelt dat het ontbreken van het diploma op zichzelf geen dringende reden voor ontbinding is, mede omdat werkgever onvoldoende onderzoek deed tijdens de sollicitatie. Echter, het langdurig zwijgen van werknemer over het ontbreken van het diploma, vooral in het kader van de samenwerking met de partner, maakt de vertrouwensbreuk onherstelbaar.
De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 juli 2011. Gezien de gedeelde schuld van partijen bij het ontstaan van de situatie, wordt een vergoeding toegekend op basis van de kantonrechtersformule met een correctiefactor van 0,5, wat resulteert in een bruto vergoeding van circa €5.500.
Werkgever krijgt de gelegenheid het verzoek in te trekken; bij handhaving draagt iedere partij eigen kosten, bij intrekking wordt werkgever veroordeeld tot betaling van de proceskosten van werknemer.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 juli 2011 met een bruto vergoeding van €5.500 wegens onherstelbare vertrouwensbreuk door diploma-fraude.