ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ7609
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Moorman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag na reorganisatie bouwbedrijf
De werknemer, werkzaam als commercieel manager bij Moes Bouwbedrijf Oost B.V., werd ontslagen in het kader van een reorganisatie vanwege verslechterde economische omstandigheden. Het UWV verleende toestemming voor het ontslag, waarna het dienstverband per 1 mei 2010 werd beëindigd. De werknemer ontving een ontslagvergoeding conform het met vakbonden overeengekomen Sociaal Plan.
De werknemer stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was omdat zijn functie niet uniek zou zijn en het afspiegelingsbeginsel niet juist was toegepast. Tevens voerde hij aan dat de financiële gevolgen voor hem ernstig waren, mede door zijn hoge salaris en geringe kans op ander werk vanwege zijn leeftijd en de situatie in de bouwsector.
De kantonrechter oordeelde dat de functie van de werknemer wel degelijk uniek was en het afspiegelingsbeginsel niet van toepassing. De voorzieningen in het Sociaal Plan werden als toereikend beschouwd, mede omdat de werknemer geen gebruik maakte van de inkomensgarantieregeling voor oudere werknemers. De financiële situatie van de werknemer werd erkend als moeilijk, maar niet zodanig bijzonder dat afwijking van het Sociaal Plan gerechtvaardigd was.
De vordering tot schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag werd daarom afgewezen. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen.