ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ7531

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
13 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
2011-W003
Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArt. 37 lid 4 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid herhaald wrakingsverzoek tegen kinderrechter

Verzoekers hebben herhaaldelijk een wrakingsverzoek ingediend tegen rechter [A] in een ondertoezichtstellingzaak. Na een eerdere afwijzing van het eerste wrakingsverzoek op 1 april 2011, dienden zij een derde verzoek in op 4 april 2011 met dezelfde feiten en omstandigheden.

De rechtbank toetst het verzoek aan artikel 37, vierde lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek tegen dezelfde rechter niet in behandeling wordt genomen tenzij er nieuwe feiten of omstandigheden zijn. Omdat verzoekers geen nieuwe feiten aanvoeren, wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.

Daarnaast bepaalt de rechtbank dat toekomstige wrakingsverzoeken in deze zaak niet in behandeling worden genomen, ook niet als deze tegen een andere rechter zijn gericht, tenzij nieuwe feiten of omstandigheden worden aangevoerd. Dit om te voorkomen dat verzoekers de procedure onnodig vertragen en de ondertoezichtstelling onrechtmatig verlengen.

De beslissing is uitgesproken door de wrakingskamer van de rechtbank Zwolle-Lelystad op 13 april 2011.

Uitkomst: Het herhaalde wrakingsverzoek tegen de kinderrechter wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD
Wrakingskamer
Zaaknummer: 2011-W003
Datum: 13 april 2011
Beslissing op het verzoek tot wraking ex artikel 36 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering
in de zaak van
1. [verzoeker 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verzoeker 2],
wonende te [woonplaats],
verzoekers,
tegen
[A], in zijn hoedanigheid van (kinder)rechter.
1. De procedure
Bij schriftelijk verzoek, ingekomen ter griffie op 4 april 2011, hebben verzoekers [A] als rechter in de zaak met nummer 182154 / JZ RK 11-117 gewraakt.
De beslissing op dit verzoek is bepaald op heden.
2. Het wrakingsverzoek
2.1. Verzoekers hebben reeds eerder en wel bij verzoek van 23 maart 2011 rechter [A] gewraakt. Bij beslissing van 1 april 2011 heeft de wrakingskamer van deze rechtbank het verzoek afgewezen. Thans, drie dagen later, hebben verzoekers [A] andermaal gewraakt. Het is het derde wrakingsverzoek van verzoekers in deze zaak.
2.2. Te dezen is toepasselijk artikel 37, vierde lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dat luidt:
? 4. Een volgend verzoek tot wraking van dezelfde rechter wordt niet in behandeling genomen, tenzij feiten of omstandigheden worden voorgedragen die pas na het eerdere verzoek aan de verzoeker bekend zijn geworden.
2.3. Zoals blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek hebben verzoekers dezelfde feiten en omstandigheden naar voren gebracht als vermeld in het eerdere wrakingsverzoek en de mondelinge toelichting daarop.
2.4. Met toepassing van het eerdergenoemde wetsartikel betekent dit, dat verzoekers niet kunnen worden ontvangen in het huidige, herhaalde wrakingsverzoek.
2.5. De rechtbank bepaalt op de voet van artikel 37, vierde lid Rv dat een volgend wrakingsverzoek van verzoekers in deze zaak, ook als dat een andere rechter mocht betreffen, niet in behandeling zal worden genomen, behoudens de aanwezigheid van nieuwe feiten of omstandigheden, nu de kennelijke bedoeling van verzoekers is te forceren dat de ondertoezichtstelling afloopt zonder dat een rechter over de verlenging heeft kunnen oordelen.
3. De beslissing
De rechtbank
i. verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in het herhaalde verzoek tot wraking van [A];
ii. bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak van deze verzoekers niet in behandeling zal worden genomen tenzij feiten of omstandigheden worden voorgedragen die pas na dit verzoek aan verzoekers bekend zijn geworden.
Deze beslissing is gegeven door de mrs. J.A.O.M. van Aerde, J.H.M. Hesseling en G.P. Nieuwenhuis in tegenwoordigheid van mr. S.W. de Boer, griffier, en uitgesproken op 13 april 2011.