ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ5135
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- J. van der Hulst
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot opheffing conservatoir beslag op onroerende zaken wegens onvoldoende aannemelijkheid ondeugdelijke vordering
BMA Vastgoed B.V. en enkele bestuurders vorderen in kort geding opheffing van conservatoir beslag dat Toverberg B.V. en Perumahan Holding B.V. op hun onroerende zaken hebben gelegd. Het beslag is gelegd naar aanleiding van een geschil over niet nagekomen koop- en projectovereenkomsten tussen Oostland Grondposities B.V. (waar BMA c.s. bestuurder van is) en Toverberg c.s.
De voorzieningenrechter stelt vast dat Oostland tekort is geschoten in haar verplichtingen en dat BMA c.s. als bestuurders verantwoordelijk zijn gesteld wegens het aangaan van overeenkomsten terwijl financiering onzeker was. Hoewel BMA c.s. betwistte dat zij wisten dat de financiering niet zou doorgaan, blijkt uit e-mailcorrespondentie dat zij vanaf maart 2010 gerede twijfel hadden over tijdige financiering.
BMA c.s. voerde aan dat het beslag vexatoir is en dat het geen redelijk doel meer dient, met name voor twee onroerende zaken die voor een lagere waarde zijn verkocht. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat onvoldoende aannemelijk is dat de onroerende zaken geen overwaarde vertegenwoordigen en dat het beslag niet onnodig of onrechtmatig is gelegd. Ook is niet gebleken dat het beslag het normale bedrijfsproces feitelijk lamlegt.
Daarom worden de vorderingen van BMA c.s. afgewezen en worden zij veroordeeld in de proceskosten van Toverberg c.s.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het conservatoir beslag wordt afgewezen en BMA c.s. worden veroordeeld in de proceskosten.