ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ4237
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Geen huurbescherming bij tijdelijke bruikleenovereenkomst ondanks betaling gebruiksvergoeding
Partijen sloten op 24 september 2010 een schriftelijke overeenkomst met de titel 'bruikleenovereenkomst', waarin werd gesteld dat de woning tijdelijk en om niet ter beschikking werd gesteld. Desondanks betaalden bewoners maandelijks een bedrag van EUR 555,50, wat door Goedestede als gebruiksvergoeding werd aangemerkt.
Goedestede vorderde ontruiming van de woning per 31 december 2010, omdat de woning reeds aan anderen was toegewezen. De bewoners betwistten dat sprake was van een bruikleenovereenkomst en stelden dat er een huurovereenkomst was met recht op huurbescherming.
De rechtbank oordeelde dat ondanks de benaming en intentie in de overeenkomst, de feitelijke situatie duidt op een huurovereenkomst vanwege de betaling van een vaste vergoeding en de handelswijze van Goedestede. Echter, gezien de uitdrukkelijke tijdelijke duur en de noodsituatie waarvoor de woning werd verstrekt, is het stelsel van huurbescherming niet van toepassing conform artikel 7:232 lid 2 BW Pro.
De bewoners werden veroordeeld om binnen veertien dagen de woning te ontruimen en de sleutels aan Goedestede te overhandigen. De gevorderde machtiging tot ontruiming met inzet van politie werd afgewezen als overbodig. De bewoners werden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagden moeten binnen veertien dagen de woning ontruimen omdat geen huurbescherming geldt bij tijdelijke huurovereenkomst.