ECLI:NL:RBZLY:2011:BP6614
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Concurrentiebeding en onrechtmatige daad in arbeidsrelatie met verbod op concurrerende activiteiten
De zaak betreft een geschil tussen Henry Schein B.V. en voormalig werknemers [A] en [B], alsmede de door hen opgerichte vennootschap [C]. Schein vordert naleving van het concurrentiebeding door [A] en een verbod op concurrerende activiteiten door alle gedaagden, onder dwangsom. [A] betwist de geldigheid van het concurrentiebeding en vordert schorsing daarvan.
De rechtbank oordeelt dat het concurrentiebeding niet is komen te vervallen en dat [A] daaraan gehouden blijft tot 15 oktober 2011. De vordering tot schorsing van het beding wordt afgewezen omdat de voorzieningenrechter niet gebonden is aan een belangenafweging van de bodemrechter. De onrechtmatige daad door [B] en [C] wordt aangenomen, omdat zij met vertrouwelijke kennis en op vergelijkbare wijze als Schein concurreren, wat het bedrijfsdebiet van Schein schaadt.
De rechtbank verbiedt [A] en [B] om gedurende een jaar na einde dienstverband concurrerende activiteiten te verrichten en legt een maximum van € 100.000 aan dwangsommen op. De vorderingen tot teruggave van bedrijfsinformatie en vergoeding van buitengerechtelijke kosten worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs. Proceskosten worden toegewezen aan Schein.
Uitkomst: Het concurrentiebeding wordt toegewezen en [A], [B] en [C] worden verboden concurrerende activiteiten te verrichten tot 15 oktober 2011 onder dwangsommen.