ECLI:NL:RBZLY:2010:BQ4255
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Procedurele afwijzing van dagvaardingsvordering tot beëindiging alimentatieverplichting
In deze zaak vordert eiser dat wordt verklaard dat zijn alimentatieverplichting jegens gedaagde is geëindigd per 31 januari 2010 en dat de door gedaagde genomen executiemaatregelen worden gestaakt. De rechtbank oordeelt dat deze vordering niet via dagvaarding kan worden ingesteld, maar via een verzoekschrift bij de civiel-unit familie.
De rechtbank baseert dit op de toepasselijkheid van art. 1:401 BW Pro en de jurisprudentie van de Hoge Raad (HR 31 januari 1986, NJ 1987,99) die bepaalt dat de rechter bij een verzoekschrift ook kan beslissen over het executieverbod. De rechtbank beveelt eiser daarom binnen veertien dagen de procedure aan te vullen met een verzoekschrift waarin het verzoek en de gronden duidelijk worden omschreven.
De rechtbank verklaart zich onbevoegd om de vordering op basis van de dagvaarding te behandelen en houdt iedere verdere beslissing aan totdat de procedure correct is voortgezet. Het vonnis is gewezen door rechter Lebens-de Mug en op 13 oktober 2010 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en beveelt aanvulling van de procedure via verzoekschrift.