ECLI:NL:RBZLY:2010:BP0471
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding en wantrouwen
De stichting heeft verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer wegens chronisch disfunctioneren, wat de rechtbank prematuur achtte. Desondanks werd het verzoek toegewezen vanwege het diep en structureel wantrouwen van de werknemer jegens de werkgever en diens leidinggevende. Dit wantrouwen maakt een zinvolle voortzetting van de arbeidsovereenkomst onmogelijk.
De werknemer was sinds 1982 in dienst en had verschillende functies bekleed. Na een proefplaatsing in een nieuwe functie in 2007 werd hij definitief geplaatst in een lager gewaardeerde functie met een lager salaris. Het functioneren van de werknemer werd in 2008 als net niet voldoende beoordeeld, in 2009 als op het gewenste niveau, maar in 2010 verslechterde dit volgens de werkgever. De werknemer betwistte de kritiek en stelde dat de werkgever onzorgvuldig had gehandeld, onder meer door onvoldoende ondersteuning en onterechte salarisverlaging.
De rechtbank oordeelde dat hoewel het ontbindingsverzoek prematuur was vanwege onvoldoende gelegenheid voor verbetering, het wederzijdse wantrouwen zo diepgaand was dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet meer mogelijk was. De kantonrechter bepaalde de vergoeding volgens de kantonrechtersformule met een C-factor van 1, wat resulteerde in een bruto vergoeding van circa €55.250. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 16 januari 2011.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 16 januari 2011 met een bruto vergoeding van €55.250 aan de werknemer.