ECLI:NL:RBZLY:2010:BO0978
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke plaatsing jeugdige na bewezen ontucht met minderjarige
De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft op 20 september 2010 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die werd verdacht van ontuchtige handelingen met twee minderjarige slachtoffers.
De officier van justitie vorderde vrijspraak voor het tweede ten laste gelegde feit en een voorwaardelijke maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen voor het eerste feit. De rechtbank oordeelde dat het openbaar ministerie ontvankelijk was ondanks een tekortkoming in het hoorrecht van artikel 167a Sv, omdat de belangen van het minderjarige slachtoffer door de gezinsvoogd waren behartigd.
De rechtbank achtte het tweede feit niet wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte daarvan vrij. Het eerste feit werd wel bewezen verklaard, mede gelet op het geringe leeftijdsverschil, de omstandigheden en de wisselende verklaringen over vrijwilligheid. Verdachte werd verminderd toerekeningsvatbaar geacht op grond van psychiatrische en psychologische rapporten die een ernstige gedragsstoornis en cognitieve beperkingen constateerden.
De rechtbank legde een voorwaardelijke maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen op met een proeftijd van twee jaar, gekoppeld aan gedragsvoorschriften en behandeling onder toezicht van de jeugdreclassering. Deze maatregel is bedoeld om recidive te voorkomen en de ontwikkeling van verdachte te bevorderen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het tweede feit en veroordeeld tot een voorwaardelijke plaatsing in een inrichting voor jeugdigen wegens het eerste feit.