ECLI:NL:RBZLY:2010:BN1208
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs aanwezigheid softdrugs binnen machtssfeer verdachte
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde op 1 juli 2010 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van het aanwezig hebben van een grote hoeveelheid softdrugs in een woning te Zwolle. De drugs werden op 4 januari 2010 aangetroffen in een gehuurde woning waarvan alleen het huurcontract op naam van verdachte stond. Medeverdachte J.J., werknemer van verdachte, had verklaard de drugs tijdelijk in het pand te hebben geplaatst zonder medeweten van verdachte.
De officier van justitie vorderde een werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf wegens het bezit van softdrugs, terwijl de verdediging stelde dat opzet niet bewezen kon worden en dat verdachte niets wist van de drugs. De rechtbank overwoog dat het begrip 'aanwezig hebben' in de Opiumwet niet vereist dat sprake is van beschikkingsbevoegdheid of wetenschap, maar dat de drugs zich wel binnen de machtssfeer van verdachte moeten bevinden.
De rechtbank concludeerde dat onvoldoende bewijs bestond dat de drugs zich binnen de machtssfeer van verdachte bevonden, mede omdat zij de woning feitelijk niet bewoonde, de sleutel in bezit was van medeverdachte en verdachte geen aanwijzingen had van de aanwezigheid van de drugs. Ook de betaling door verdachte na inbeslagname deed hieraan niet af. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat de softdrugs zich binnen haar machtssfeer bevonden.