ECLI:NL:RBZLY:2010:BN0405
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijs en nakomingsovereenkomst bij ontbindende voorwaarde in kooprechtgeschil
In deze civiele procedure staat centraal of de overeenkomst van 22 december 2006 is aangegaan onder de ontbindende voorwaarde van het inroepen van een kooprecht door een derde partij. Gedaagden trachtten dit te bewijzen met getuigenverklaringen, maar de rechtbank achtte deze onvoldoende en stelde vast dat de verklaringen van eiseres’ vennoten lijnrecht tegenover die van gedaagden stonden.
De rechtbank overwoog dat de ontbindende voorwaarde niet was overeengekomen en dat partijen zich ondubbelzinnig aan de overeenkomst hadden verbonden. Daarbij werd ook gewezen op het feit dat het voorkeursrecht pas na de overeenkomst werd ingeroepen. De rechtbank benadrukte dat aanbod en aanvaarding niet uitdrukkelijk hoeven te zijn, maar dat de gedragingen en verklaringen op de bijeenkomst van 22 december 2006 een definitieve overeenkomst bevestigen.
De rechtbank verwees de zaak naar de rol om eiseres in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de vraag of nakoming blijvend onmogelijk is geworden, mede gelet op een lopende procedure tussen gedaagde en de derde partij. Tevens werd partijen gevraagd zich uit te laten over de nadere uitwerking van de essentialia van de transactie. De verdere beslissing werd aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de overeenkomst afdwingbaar is en houdt verdere beslissing aan voor nadere uitwerking en duidelijkheid over nakoming.