ECLI:NL:RBZLY:2010:BM3303
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Y. Telenga
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering opheffing conservatoir beslag wegens onvoldoende zekerheid
De zaak betreft een geschil tussen de vennootschap onder firma en haar vennoten enerzijds en een voormalig vennoot anderzijds over het conservatoir beslag op onroerende zaken. De voormalige vennoot legde op 6 november 2009 conservatoir beslag wegens een geldvordering van circa EUR 41.321,-. De eisers boden vervangende zekerheid aan in de vorm van een tweede of derde hypotheek, maar deze zekerheid werd door de beslaglegger betwist vanwege de voorwaarde dat parate executie alleen met toestemming van de eerste hypotheekhouder kan plaatsvinden.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 705 lid 2 Rv Pro het conservatoir beslag moet worden opgeheven indien voldoende zekerheid wordt gesteld. De maatstaf voor voldoende zekerheid sluit aan bij artikel 6:51 lid 2 BW Pro, waarbij de zekerheid kwalitatief zodanig moet zijn dat de vordering en bijkomende kosten gedekt zijn en de schuldeiser zonder moeite verhaal kan nemen. Gezien de voorwaarde van toestemming van de eerste hypotheekhouder acht de rechtbank de geboden zekerheid onvoldoende.
De vordering tot opheffing van het beslag wordt daarom afgewezen. De eisers worden veroordeeld in de proceskosten, begroot op EUR 1.167,-. Het vonnis is gewezen door mr. Y. Telenga en uitgesproken op 18 februari 2010.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het conservatoir beslag wordt afgewezen wegens onvoldoende geboden zekerheid.