ECLI:NL:RBZLY:2010:BM1671
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen bouwvergunning tijdelijke units voor kinderdagverblijf
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde het beroep van twee verzoekers tegen een bouwvergunning die was verleend voor het oprichten van zes tijdelijke units ten behoeve van een kinderdagverblijf op een perceel in Almere. De vergunning had een instandhoudingstermijn van vier jaar en elf maanden. De verzoekers maakten bezwaar tegen de vergunning en verzochten tevens om een voorlopige voorziening om de bouw te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bouwplan niet in strijd was met het bestemmingsplan en dat de units terecht als tijdelijke bouwwerken waren aangemerkt op grond van artikel 45, lid 1, onder b, van de Woningwet. De derde partij had voldoende concrete en objectieve gegevens overlegd waaruit bleek dat de tijdelijke aard van de units gerechtvaardigd was. De rechtbank verwierp het standpunt van de verzoekers dat de units onderhevig waren aan de welstandstoets, omdat tijdelijke bouwwerken hiervan zijn uitgezonderd.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit voldoende was gemotiveerd, ook al was afgeweken van het advies van de commissie voor bezwaar- en beroepschriften. Gezien het beperkte toetsingskader bij bouwvergunningen en het ontbreken van andere relevante bezwaren, werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De voorzieningenrechter deed onmiddellijk uitspraak in de hoofdzaak omdat nader onderzoek niet bijdroeg aan de beoordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de bouwvergunning is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.