ECLI:NL:RBZLY:2009:BJ5130
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling verhuiskostenvergoeding na ontbinding huwelijksgoederengemeenschap
Partijen waren gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn in september 2005 gescheiden. De vrouw betrok in juni 2005 een wisselwoning vanwege sloop/nieuwbouw van hun huurwoning en ontving later een verhuiskostenvergoeding. De man vordert dat deze vergoeding bij helfte wordt verdeeld, stellende dat partijen hierover een mondelinge afspraak hadden.
De vrouw betwist deze afspraak en stelt dat de vergoeding pas na de echtscheiding is toegekend, waardoor deze buiten de boedel valt. De rechtbank oordeelt dat de vrouw de huurovereenkomst voor de wisselwoning voortzette en uiteindelijk een definitief huurcontract aanging, waardoor de aanspraak op de vergoeding pas twee jaar na de echtscheiding ontstond.
De man kon geen formele aanspraak maken op de vergoeding en er was geen bewijs van een mondelinge afspraak tot verdeling. De rechtbank wijst de vordering af en bepaalt dat ieder partij de vermogensbestanddelen houdt waarover hij of zij feitelijk beschikt, met compensatie van eigen proceskosten.
Uitkomst: De verhuiskostenvergoeding valt buiten de boedel en wordt niet bij helfte verdeeld; de vordering wordt afgewezen.