ECLI:NL:RBZLY:2009:BJ1942
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.H. Huijzer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing boetevordering wegens onvoldoende duidelijke aanmaning bij koop onroerende zaak
Eisers hebben een woning verkocht aan gedaagden, waarbij in de koopovereenkomst een boetebeding was opgenomen voor het niet tijdig stellen van een bankgarantie. Gedaagden stelden de bankgarantie niet binnen de overeengekomen termijn, waarna eisers hen in gebreke stelden en aanspraak maakten op de boete.
De rechtbank oordeelt dat voor het vorderen van de boete een duidelijke aanmaning vereist is. De brief van 31 mei 2007, waarin eisers gedaagden in gebreke stelden, maakte niet duidelijk dat aanspraak werd gemaakt op de boete, maar slechts op de geleden en nog te lijden schade. Latere brieven veranderen hier niets aan.
Daarom is geen boete verschuldigd en wordt de vordering afgewezen. De vordering in de vrijwaringszaak wordt eveneens afgewezen omdat de hoofdvordering niet toewijsbaar is. Beide partijen worden veroordeeld in de proceskosten, die uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst de boetevordering af wegens onvoldoende duidelijke aanmaning en veroordeelt partijen in hun proceskosten.