ECLI:NL:RBZLY:2009:BI9944
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering wegens onvoldoende medewerking re-integratie taxichauffeur
Werknemer, taxichauffeur, meldde zich ziek in november 2007 met diverse klachten en werd in februari 2008 door de bedrijfsarts blijvend ongeschikt verklaard voor zijn werk. Werkgever schakelde een re-integratiebureau in voor tweede spoor re-integratie, maar werknemer werkte onvoldoende mee en verrichtte slechts beperkt vervangende werkzaamheden.
In december 2008 kondigde werkgever looninhouding aan wegens onrechtmatige afwezigheid. Werknemer was het hier niet mee eens en vorderde betaling van ingehouden loon over februari 2009 en het volledige loon over maart 2009. De bedrijfsarts van Arbo Unie oordeelde in maart 2009 dat werknemer duurzaam ongeschikt bleef, terwijl een latere bedrijfsarts van Achmea Vitale in mei 2009 stelde dat werknemer mogelijk weer inzetbaar zou zijn na herstel van spanningsklachten.
De kantonrechter oordeelde dat werknemer onvoldoende medewerking aan re-integratie had verleend en dat de loonsanctie van werkgever gerechtvaardigd was. Het ontbreken van een deskundigenoordeel van het UWV over de looninhouding in februari leidde tot niet-ontvankelijkheid van die vordering. De loonvordering over maart werd afgewezen omdat werknemer niet aannemelijk had gemaakt dat hij toen arbeidsgeschikt was. Werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De loonvordering van werknemer over februari en maart 2009 wordt afgewezen wegens onvoldoende medewerking aan re-integratie en onvoldoende bewijs van arbeidsgeschiktheid.