ECLI:NL:RBZLY:2009:BI4771
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.C. Obbink
- G.H. Meijer
- H.M. Schaak
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid bij opzettelijke brandstichting
Op 22 januari 2009 stichtte de verdachte brand in een toiletruimte van het Leger des Heils in Lelystad door papier en plastic in brand te steken. Op dat moment waren tien personen in het gebouw aanwezig, waardoor sprake was van gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor personen. De verdachte werd aangehouden en verklaarde bij de politie dat zij bewust brand had gesticht om mensen te weren.
De rechtbank nam verschillende proces-verbalen en verklaringen in overweging, waaronder een bekentenis van de verdachte en verslagen van verbalisanten. De verdediging voerde aan dat de verdachte ten tijde van het delict in een psychische toestand verkeerde die het bewijs van opzet ontkrachtte, onderbouwd met psychiatrische rapportages.
Deskundigen concludeerden dat de verdachte leed aan een borderline persoonlijkheidsstoornis met mogelijk kortdurende psychoses, waardoor zij niet in vrijheid over haar wil kon beschikken en volledig ontoerekeningsvatbaar was. De rechtbank oordeelde echter dat de verdachte zich bewust was van haar handelen en de gevolgen, zodat opzet wettig en overtuigend bewezen kon worden.
De rechtbank sprak de verdachte vrij van het meer of anders ten laste gelegde, maar achtte het bewezen dat zij opzettelijk brandstichting pleegde met gemeen gevaar voor goederen en personen. Gezien de ontoerekeningsvatbaarheid werd de verdachte ontslagen van rechtsvervolging en opgelegd om voor de duur van één jaar in een psychiatrisch ziekenhuis te worden geplaatst.
De uitspraak werd gedaan door de rechtbank Zwolle-Lelystad op 12 mei 2009, waarbij de rechters Obbink, Meijer en Schaak het vonnis uitspraken in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid en geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis voor één jaar.