ECLI:NL:RBZLY:2009:BI2857
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing collectief ontbindingsverzoek wegens onvoldoende naleving zorgvuldigheidsnormen en reflexwerking WMCO
DPC verzocht de kantonrechter om ontbinding van arbeidsovereenkomsten van 54 werknemers wegens bedrijfseconomische omstandigheden, veroorzaakt door een omzetdaling en annulering van orders door een belangrijke afnemer. Het verzoek werd gelijktijdig ingediend voor meerdere werknemers, wat als collectief ontbindingsverzoek werd aangemerkt.
De kantonrechter oordeelde dat DPC ontvankelijk was in haar verzoek, ondanks dat de Wet Melding Collectief Ontslag (WMCO) en het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen (BBA) primair het UWV als bevoegd gezag aanwijzen voor collectieve ontslagen. Wel geldt reflexwerking van deze regelgeving, waardoor de kantonrechter toetst aan dezelfde waarborgen zoals overleg met vakbonden en toepassing van het afspiegelingsbeginsel.
DPC had niet tijdig overleg gevoerd met vakbonden, onvoldoende financiële onderbouwing geleverd en het afspiegelingsbeginsel niet correct toegepast. Ook het advies van de ondernemingsraad was formeel, maar niet materieel zorgvuldig tot stand gekomen. Er waren geen uitzonderlijk klemmende omstandigheden die deze tekortkomingen konden rechtvaardigen.
Daarom werd het verzoek afgewezen. De kantonrechter erkende wel de slechte financiële situatie van DPC en de noodzaak tot reorganisatie, maar benadrukte het belang van zorgvuldigheid bij collectieve beëindiging van arbeidsverhoudingen. DPC werd veroordeeld in de proceskosten van de werknemer.
Uitkomst: Het collectieve ontbindingsverzoek van DPC wordt afgewezen wegens onvoldoende naleving van overleg- en zorgvuldigheidsnormen.