ECLI:NL:RBZLY:2009:BI1369
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen stopzetting huur- en zorgtoeslag wegens niet-rechtmatig verblijf partner
Eiseres, gehuwd met een partner die sinds 2000 in Nederland verblijft zonder geldige verblijfsvergunning vanwege toepassing van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, maakte bezwaar tegen de stopzetting van haar huur- en zorgtoeslag per 1 augustus 2006. De Belastingdienst/Toeslagen had de toeslagen stopgezet en teruggevorderd omdat haar partner geen rechtmatig verblijf had.
De rechtbank overwoog dat de toeslagen indirect ook ten goede komen aan de niet-rechtmatig verblijvende partner, waardoor op grond van artikel 9, tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) geen aanspraak op toeslagen bestaat. Eiseres voerde aan dat de stopzetting in strijd is met diverse internationale verdragsbepalingen, waaronder artikel 8 EVRM Pro en artikelen uit het IVRK en het Europees Sociaal Handvest, maar de rechtbank oordeelde dat deze verdragen zonder nadere nationale regelgeving niet direct toepasbaar zijn.
Verder stelde de rechtbank vast dat de stopzetting met terugwerkende kracht per 1 januari 2006 niet kan worden gehandhaafd en vernietigde dit deel van het besluit. De rechtbank veroordeelde verweerder in de proceskosten en wees het beroep voor het overige af. De uitspraak bevestigt dat toeslagen niet mogen worden toegekend als de partner geen rechtmatig verblijf heeft, maar dat terugwerkende kracht aan strikte voorwaarden is gebonden.
Uitkomst: De stopzetting van de huur- en zorgtoeslag per 1 augustus 2006 wordt bevestigd, maar de terugwerkende stopzetting per 1 januari 2006 wordt vernietigd.