ECLI:NL:RBZLY:2009:BH2669
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs onjuiste douaneaangiften niet-geweven matten
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde een strafzaak tegen verdachte omtrent vermeende onjuiste douaneaangiften voor invoer van kokosmatten tussen 2000 en 2006. Verdachte werd ten laste gelegd dat hij opdracht gaf of leiding gaf aan het doen van onjuiste aangiften waarbij matten ten onrechte als geweven waren opgegeven terwijl het niet-geweven matten zouden zijn, wat leidde tot het te laag heffen van invoerrechten.
De zaak draaide om de classificatie van matten onder goederencodes 5702 (geweven matten) en 5705 (niet-geweven matten). De Douane had een bindende tariefinlichting (BTI) afgegeven voor de Bombay-mat als geweven mat. De rechtbank vond dat onvoldoende was bewezen dat de eerder ingevoerde Bombay-matten niet-geweven waren. Voor de Ruco-matten was de discussie tussen Douane en bedrijf nog gaande en ontbraken gedegen bewijzen om vast te stellen dat het niet-geweven matten betrof.
De rechtbank verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk voor één aangifte en sprak verdachte vrij van de overige tenlasteleggingen wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. De bestuursrechtelijke procedure was niet relevant voor de strafrechtelijke beoordeling, die zich richtte op de feitelijke aard van de matten.
De uitspraak benadrukt het belang van voldoende bewijs voor het aantonen van onjuiste aangiften en het onderscheid tussen bestuursrechtelijke en strafrechtelijke beoordeling van goederencodes en invoerrechten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat de ingevoerde matten niet-geweven waren en dat onjuiste douaneaangiften zijn gedaan.