ECLI:NL:RBZLY:2008:BI2327

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
12 november 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
141836 / HA ZA 08-182
Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwachting over niet tussentijds opzegbare arbeidsovereenkomst bij uitzendkracht

In deze zaak vordert Unique Nederland B.V. betaling van openstaande facturen voor de terbeschikkingstelling van een uitzendkracht aan de maatschap. De maatschap stelt dat tussen partijen was afgesproken dat de arbeidsovereenkomst met de uitzendkracht een periode van zes maanden zou bestrijken zonder tussentijdse opzegmogelijkheid. De uitzendkracht vertrok echter eerder, waarna Unique een vervangende kracht aanbood die door de maatschap werd geweigerd.

Unique betwist een garantie te hebben gegeven over de duur van de terbeschikkingstelling en beroept zich op haar algemene voorwaarden. De maatschap stelt dat Unique tekortgeschoten is in de nakoming en vordert schadevergoeding.

De rechtbank stelt vast dat de maatschap erop mocht vertrouwen dat Unique zich zou inspannen om de beschikbaarheid van de uitzendkracht gedurende zes maanden te waarborgen. Echter, een arbeidsovereenkomst die niet tussentijds kan worden opgezegd is ongebruikelijk en bezwarend voor uitzendkrachten. De maatschap wordt toegelaten tot bewijslevering over de vermeende afspraak tot een niet tussentijdse opzegbare arbeidsovereenkomst.

De zaak wordt aangehouden voor verdere bewijslevering en een nieuwe zitting wordt gepland.

Uitkomst: De rechtbank staat bewijslevering toe over de vermeende afspraak tot een niet tussentijds opzegbare arbeidsovereenkomst en houdt de zaak aan voor verdere behandeling.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 141836 / HA ZA 08-182
Vonnis van 12 november 2008
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
UNIQUE NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Almere,
eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
advocaat mr R.K.E. Buysrogge te Zwolle,
tegen
de maatschap [maatschap],
gevestigd te Maastricht,
gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
advocaat mr M.F.H.M. van Haastert te Zwolle.
In het hierna volgende zullen partijen onderscheidenlijk als Unique en als [maatschap] worden aangeduid.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende processtukken:
- het tussenvonnis van 14 mei 2008;
- de akte overlegging producties, alsmede conclusie van antwoord in reconventie;
- het proces-verbaal van de op 4 augustus 2008 gehouden comparitie van partijen.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Vaststaande feiten
2.1. Als enerzijds gesteld, anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende weersproken, staat tussen partijen het volgende vast.
2.2. In verband met het naderen van het vrijwel gelijktijdige zwangerschapsverlof van twee van haar medewerkers heeft [maatschap] in november 2006 contact met Unique opgenomen en gevraagd om beschikbaarstelling van een tijdelijke kracht in de functie van secretaresse. Zij heeft daarbij gewezen op haar belang om een kracht te krijgen die in elk geval een half jaar zou blijven, dit in verband met de investering die nodig was voor het inwerken. Op 20 november 2006 is tussen partijen een overeenkomst tot stand gekomen waarbij Unique aan [maatschap] met ingang van 4 december 2006 [A] ter beschikking stelde als secretaresse voor 40 uur per week. In de opdrachtbevestiging van Unique wordt opgemerkt: “[A] zal een Fase A contract krijgen vanuit Unique Uitzendburo voor de duur van 6 maanden en kan na 1040 uur kosteloos in dienst worden genomen door [maatschap] Advocaten en Procureurs.” Het was de bedoeling dat zij een half jaar zou blijven.
2.3. Eind januari 2007 deelde [A] mee dat zij wilde vertrekken omdat zij een aanbieding van een accountantskantoor om daar een juridische afdeling te gaan opzetten niet wilde laten lopen. Zij wilde eigenlijk graag per 1 februari 2007 weg, maar omdat zij bij Unique een opzegtermijn van een maand had, is dat 1 maart 2007 geworden. Unique heeft toen aangeboden een andere kracht ter beschikking te stellen, maar [maatschap] heeft dat geweigerd omdat dat geen gelijkwaardige, immers geen ingewerkte kracht zou zijn.
2.4. Voor de terbeschikkingstelling van [A] heeft Unique aan [maatschap] een bedrag van EUR 16.595,75 in rekening gebracht waarvan een bedrag van EUR 6.013,36 is voldaan.
3. Standpunten van partijen
3.1. Unique maakt aanspraak op (EUR 16.595,75 - EUR 6.013,36 =) EUR 10.582,39, vermeerderd met de wettelijke handelsrente, tot 10 december 2007 berekend op EUR 1.422,19, en met buitengerechtelijke incassokosten ad EUR 904,00, aldus in totaal EUR 12.908,58, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente van 10 december 2007 af. Zij stelt zich op het standpunt dat het voortijdige vertrek van [A] aan die vordering niet afdoet. Weliswaar is het de bedoeling van beide partijen geweest dat haar terbeschikkingstelling een half jaar zou duren, maar een garantie daarvoor heeft Unique niet gegeven.
3.2. [maatschap] voert als verweer aan dat tussen partijen uitdrukkelijk afgesproken is dat het betreffende arbeidscontract met [A] een periode van zes maanden zou bestrijken en dat het niet de bedoeling was dat zij tussentijds zou kunnen opzeggen. Nu Unique in strijd met die afspraak de mogelijkheid van tussentijdse opzegging in het contract met [A] heeft opgenomen en [A] van die mogelijkheid gebruik heeft gemaakt, is Unique tekortgeschoten in de nakoming van de met [maatschap] gesloten overeenkomst. Deze heeft daardoor schade geleden en zij beroept zich op haar bevoegdheid tot verrekening en op haar opschortingsrecht. Er was dan ook geen grond tot inschakeling van een incassobureau en de buitengerechtelijke incassokosten, die bovendien door de verrichte werkzaamheden niet gerechtvaardigd worden, zijn niet verschuldigd.
3.3. In reconventie vordert [maatschap] vergoeding van de haar door de tekortkoming van Unique toegebrachte schade, bestaande uit de salariskosten voor [A] en voor de haar opleidende medewerker gedurende een drie weken durende opleidingsperiode, de helft van de salariskosten voor [A] gedurende een daarop volgende periode van drie weken waarin [A] haar werk nog niet volledig zelfstandig kon verrichten en de meerkosten die [maatschap] heeft moeten maken om na het vertrek van [A] in de leemte te voorzien. Het totaal van deze kosten is EUR 10.582,39 welk bedrag [maatschap] van de facturen van Unique daarom onbetaald heeft gelaten.
3.4. Unique voert in reconventie aan dat zij de zes maanden voortdurende beschikbaarheid van [A] niet heeft gegarandeerd en dat zij volgens haar algemene voorwaarden niet toerekenbaar tekortschiet als zij een medewerker niet meer ter beschikking kan stellen zoals met de opdrachtgever overeengekomen. Bovendien bestrijdt Unique de omvang van de schade.
4. Beoordeling van het geschil
4.1. Dat [maatschap] er belang bij had dat [A] de volle zes maanden bij haar werkzaam zou blijven en dat Unique dat wist, is niet bestreden. Ook staat tussen partijen vast dat beide partijen de intentie hadden dat dat zou gebeuren en daarover ook gesproken hebben. Onder die omstandigheden heeft [maatschap] erop mogen vertrouwen dat Unique zich zou inspannen het ertoe te leiden dat de beschikbaarheid van [A] gedurende de beoogde periode zou voortduren, dat Unique haar niet, althans niet zonder meer tussentijds zou ontslaan of anderszins door een andere uitzendkracht zou vervangen.
4.2. Dat betekent nog niet noodzakelijkerwijze dat Unique ook op zich neemt met [A] een arbeidsovereenkomst aan te gaan die ook door [A] niet tussentijds opgezegd kan worden. Een dergelijke overeenkomst is voor uitzendkrachten ongebruikelijk en ook bezwarend. Uitzendkrachten die geen vast dienstverband ambiëren omdat ze daarvoor te veel hechten aan hun vrijheid, zullen in het algemeen weinig lust hebben zich voor een half jaar te verbinden, uitzendkrachten die wel een vast dienstverband ambiëren, doen zichzelf tekort als ze zich zo vastleggen dat het ze belemmert in het zoeken en aanvaarden van een dergelijk dienstverband.
4.3. Nu [maatschap] de uitdrukkelijke afspraak stelt dat Unique zich tot de beoogde terbeschikkingstelling in staat zou stellen door met [A] een niet tussentijds opzegbare arbeidsovereenkomst aan te gaan, dient zij tot het bewijs daarvan te worden toegelaten.
5. De beslissing
De rechtbank:
in conventie en in reconventie:
5.1. laat [maatschap] toe tot het bewijs dat partijen met elkaar zijn overeengekomen dat Unique [A] door een ook voor [A] gedurende het eerste half jaar niet opzegbare overeenkomst aan zich zou binden;
5.2. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 26 november 2008 voor uitlating door [maatschap] of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel;
5.3. bepaalt dat [maatschap], indien zij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen;
5.4. bepaalt dat [maatschap], indien zij getuigen wil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden december 2008 tot en met februari 2009 direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald;
5.5. bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op een terechtzitting van
mr G. Mannoury in het gerechtsgebouw te Lelystad aan het Stationsplein 15;
5.6. bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen;
5.7. houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr G. Mannoury en in het openbaar uitgesproken door
mr M.H.S. Lebens-de Mug op 12 november 2008.