ECLI:NL:RBZLY:2008:BH3772
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering erfgenamen wegens onjuiste betaling aan privé in plaats van nalatenschap
De erfgenamen [A t/m E] vorderden van [F en G] betaling van een bedrag van EUR 50.000, vermeerderd met rente en kosten, dat volgens hen door de overleden erflater aan [F en G] was geleend. De lening zou kortlopend zijn en binnen enkele weken terugbetaald worden. De erflater had kort voor zijn overlijden een herseninfarct gekregen en verbleef in een verzorgingshuis.
Tijdens de procedure bleek uit een verklaring van erfrecht dat naast de eisende erfgenamen nog twee andere erfgenamen waren, namelijk de kinderen van een vooroverleden broer van de erflater. Hierdoor waren de eisers slechts deelgenoten in de nalatenschap en hadden zij slechts een gezamenlijk vorderingsrecht op schuldenaren van de nalatenschap. De eisers hadden echter betaling aan henzelf privé gevorderd, terwijl de vordering toekwam aan de onverdeelde nalatenschap. Daarom werd de vordering afgewezen.
In reconventie vorderden [F en G] opheffing van het conservatoir beslag dat de eisers op hun woning hadden gelegd. Dit beslag werd opgeheven. Daarnaast vorderden zij schadevergoeding wegens onrechtmatig beslag, maar deze vordering werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De proceskosten werden deels toegewezen en deels gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering van de erfgenamen wordt afgewezen omdat betaling aan hen privé is gevorderd in plaats van aan de onverdeelde nalatenschap.