ECLI:NL:RBZLY:2008:BH0124

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
8 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
Awb 08/1107
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk na herroeping strafontslag door korpsbeheerder politie

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het onvoorwaardelijk strafontslag dat hem door de korpsbeheerder van de politie regio IJsselland was verleend. Verweerder heeft dit strafontslag bij besluit op bezwaar herroepen, waardoor het bezwaar van eiser is gehonoreerd.

Eiser richtte zijn beroep onder meer tegen de overwegingen over het gelijkheidsbeginsel en het voornemen van verweerder om het disciplinair onderzoek te heropenen indien het Openbaar Ministerie in hoger beroep ontvankelijk zou worden verklaard. De rechtbank oordeelt dat deze overwegingen geen rechtsgevolg hebben en dat eiser daardoor geen belang heeft bij het beroep.

Verder stelt eiser dat verweerder zich ten onrechte afhankelijk opstelt van het oordeel van de strafrechter, maar nu het strafontslag is herroepen en het besluit op bezwaar dit slechts als voornemen bevat, is ook hiervoor geen belang bij het beroep.

De rechtbank concludeert dat eiser geen procesbelang heeft bij het beroep en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang na herroeping van het strafontslag.

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD
Sector Bestuursrecht, Enkelvoudige Kamer
Registratienummer: Awb 08/1107
Uitspraak
in het geding tussen:
A te B,
eiser,
gemachtigde mr. P. Reitsma
en
de korpsbeheerder van de politie regio IJsselland,
gevestigd te Zwolle, verweerder.
1.Procesverloop
Bij besluit van 20 februari 2008 is aan eiser onvoorwaardelijk strafontslag verleend.
Hiertegen heeft eiser bij brief van 11 maart 2008 bezwaar gemaakt.
Dit bezwaar is bij het bestreden besluit van 26 juni 2008 gegrond verklaard. Het strafontslag is daarbij herroepen. Bij brief van 4 juli 2008 is hiertegen beroep ingesteld. Verweerder heeft verweer gevoerd.
Het beroep is behandeld ter zitting van 25 november 2008. Eiser en zijn gemachtigde zijn verschenen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. M.T.T. Schrijver.
2.Overwegingen
De rechtbank ziet zich primair geplaatst voor de vraag welk procesbelang eiser heeft bij het door hem ingestelde beroep.
De rechtbank stelt vast dat eiser in bezwaar is opgekomen tegen het aan hem verleend strafontslag. Nu dat strafontslag bij het bestreden besluit op bezwaar door verweerder is herroepen en daarmee het bezwaar van eiser is gehonoreerd, heeft eiser in zoverre geen belang bij het beroep.
Het beroep van eiser richt zich tegen de overweging in het bestreden besluit over het gelijkheidsbeginsel en tegen de overweging dat verweerder het disciplinair onderzoek zal heropenen als het Openbaar Ministerie in beroep alsnog ontvankelijk zal worden verklaard.
Verweerder stelt zich bovendien ten onrechte afhankelijk op van het oordeel van de strafrechter, aldus eiser, en ontloopt daarmee ten onrechte zijn eigen tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid.
Het gelijkheidsbeginsel
Verweerder heeft in het bestreden besluit in afwijking van het advies hierover van de bezwarenadviescommissie Politie IJsselland, aangegeven, dat in zijn visie in vergelijking met de situatie van vier collega’s van eiser, geen sprake is van strijdigheid met het gelijkheidsbeginsel. Eiser is van mening dat verweerder hiermee een definitief voorschot heeft genomen vooruitlopend op een doorstart van de procedure.
In het besluit op bezwaar geeft verweerder echter dienaangaande met zoveel woorden aan ‘dat de opmerking van de bezwarencommissie niet anders kan worden gezien als een opmerking ten overvloede, die als zodanig geen effect heeft op de uitkomst van de onderhavige beslissing op bezwaar’. De overweging in het bestreden besluit maakt volgens verweerder dan ook geen deel uit van dit besluit.
Hierin kan de rechtbank zich vinden. Er is in weerwil van het door eiser gestelde geen sprake van een juridische kwalificatie die in rechte komt vast te staan. Als gevolg hiervan heeft eiser bij de beantwoording van de vraag of het standpunt van verweerder inzake het gelijkheidsbeginsel juist is, geen belang.
Bij een vervolgprocedure tegen een mogelijk nieuw besluit van verweerder in deze zaak,
zal eiser desgewenst weer ten volle een beroep kunnen doen op het gelijkheidsbeginsel.
Heropenen disciplinair onderzoek
Ook voor zover het beroep is gericht tegen de in het bestreden besluit opgenomen opmerking van verweerder om het dossier van eiser weer te openen bij een ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in hoger beroep, is er naar het oordeel van de rechtbank geen belang bij het beroep. Deze opmerking betreft slechts een voornemen en is als zodanig niet op een rechtsgevolg gericht. Van een (voorwaardelijk) besluit waartegen beroep kan worden ingesteld, is in zoverre geen sprake. De enkele omstandigheid dat aldus in de toekomst mogelijk weer een geschil aanhangig zal zijn, impliceert nog geen procesbelang.
Afhankelijkstelling van het oordeel van de strafrechter
In de huidige procedure is er geen belang bij een beoordeling van dit argument, nu het strafontslag bij het bestreden besluit is herroepen.
Voor wat betreft een mogelijke toekomstige procedure is er gelet op hetgeen de rechtbank heeft overwogen onder het kopje Heropenen disciplinair onderzoek, ook geen belang nu in het bestreden besluit niet meer is opgenomen dan een voornemen tot een mogelijk nieuw besluit. Dat daarbij een mogelijke heropening van het dossier afhankelijk wordt gesteld van het verloop van het hoger beroep bij de strafrechter, doet aan het karakter van het voornemen niet af.
Eiser kan het argument dat verweerder zich in zijn besluitvorming te afhankelijk opstelt
van het oordeel van de strafrechter desgewenst tezijnertijd in bezwaar of beroep tegen een mogelijk nieuw besluit aanvoeren.
Nu eiser in alle opzichten geen belang heeft bij zijn beroep, dient dit niet ontvankelijk te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
-
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Oosterveld en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. G.A. Genee als griffier, op
Afschrift verzonden op: