ECLI:NL:RBZLY:2008:BG6030

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
25 november 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07.620136-07
Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • G.P. Nieuwenhuis
  • J.E. van den Steenhoven
  • C.W. van Weert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken van opzet bij medeplegen en medeplichtigheid aan oplichting

De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde op 25 november 2008 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen en medeplichtigheid aan oplichting. De verdachte was niet persoonlijk aanwezig bij de zitting en werd vertegenwoordigd door zijn advocaat. Het openbaar ministerie vorderde een werkstraf van 200 uren, subsidiair 100 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf.

De tenlastelegging betrof primair medeplegen, wat inhoudt dat verdachte bewust en nauw samen zou hebben gewerkt met anderen om het strafbare feit te plegen. Uit het dossier bleek echter onvoldoende bewijs dat verdachte het vereiste opzet had op zowel de samenwerking als de strafbare gedraging. Subsidiair werd medeplichtigheid aan oplichting ten laste gelegd, waarvoor ook opzet op hulpverlening en het misdrijf vereist is. Ook hiervoor ontbrak het bewijs van opzet.

De rechtbank concludeerde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak verdachte vrij van alle tenlasteleggingen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige strafkamer onder voorzitterschap van mr. G.P. Nieuwenhuis.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van het vereiste opzet voor medeplegen en medeplichtigheid aan oplichting.

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD
Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer
Parketnr. : 07.620136-07
Uitspraak: 25 november 2008
Vonnis in de zaak van:
het openbaar ministerie
tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]
wonende te [adres]
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 11 november 2008. De verdachte is niet in persoon verschenen en is ter terechtzitting verdedigd door mr. P.L.C.M. Ficq, advocaat te Amsterdam, die heeft verklaard daartoe uitdrukkelijk te zijn gemachtigd.
De officier van justitie, mr. B.E.M. van de Ven, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte ter zake het primair ten laste gelegde tot een werkstraf voor de duur van 200 uren subsidiair 100 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand met een proeftijd van twee jaren.
TENLASTELEGGING
De verdachte is ten laste gelegd dat:
(volgt tenlastelegging)
BEWIJS
Aan verdachte is primair het medeplegen van oplichting ten laste gelegd. Medeplegen vereist een bewuste en nauwe samenwerking. Dit houdt in dat de medeplegers met opzet samenwerken tot het verrichten van de strafbare gedraging. Het opzet van de medepleger moet op zowel de samenwerking als op de te verrichten gedraging zijn gericht.
Uit de stukken die zich in het dossier bevinden kan niet worden afgeleid dat bij verdachte sprake was van het voor medeplegen vereiste opzet en verdachte dient daarom van het primair ten laste gelegde te worden vrijgesproken.
Subsidiair is verdachte medeplichtigheid aan de oplichting ten laste gelegd. Om tot een bewezenverklaring van medeplichtigheid te kunnen komen moet het opzet van de verdachte zowel op de hulpverlening als op het te verrichten misdrijf zijn gericht.
Uit de stukken die zich in het dossier bevinden kan niet worden afgeleid dat bij verdachte sprake was van het voor medeplichtigheid vereiste opzet en verdachte wordt daarom ook van het subsidiair ten laste gelegde vrijgesproken.
BESLISSING
Het ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
Aldus gewezen door mr. G.P. Nieuwenhuis, voorzitter, mrs. J.E. van den Steenhoven en C.W. van Weert, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Seuters als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 november 2008.