ECLI:NL:RBZLY:2008:BG5044
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Huurgeschil over opschorting huurbetaling wegens vermeend gebrek bedrijfsruimte in nieuw winkelcentrum
In deze huurzaak tussen een verhuurder en huurder van een bedrijfsruimte in het nieuwe winkelcentrum Stadshart Almere staat centraal of de huurder gerechtigd was 50% van de huurprijs op te schorten vanwege tegenvallende bezoekersaantallen en omzet. De huurder stelde dat structurele knelpunten in de bereikbaarheid van het winkelcentrum een gebrek vormden en dat de verhuurder tekort was geschoten in haar zorgplicht.
De rechtbank stelt vast dat de huurder met ingang van augustus 2006 de winkelruimte huurde tegen een huurprijs van €24.232,87 per kwartaal. De huurder heeft vanaf het derde kwartaal 2007 tot en met het eerste kwartaal 2008 de huur voor 50% opgeschort. De verhuurder vordert betaling van de huur inclusief boeterente en incassokosten.
De rechtbank oordeelt dat tegenvallende bezoekersaantallen en omzet op zichzelf geen gebrek vormen in de zin van artikel 7:204 lid 2 BW Pro, tenzij sprake is van concrete, voor de huurder onbekende gebreken aan het gehuurde. De genoemde knelpunten in de bereikbaarheid waren bekend of behoorden tot het ondernemersrisico van de huurder. Ook het vermeende slecht verhuurderschap en de zorgplichtverzuim zijn onvoldoende onderbouwd. De opschorting van de huur is daarom onrechtmatig en de huurder wordt veroordeeld tot betaling van de volledige huur met boeterente. De vorderingen tot huurvermindering en schadevergoeding worden afgewezen.
Uitkomst: Huurder mocht de huur niet opschorten en is veroordeeld tot betaling van de volledige huur met boeterente.