ECLI:NL:RBZLY:2008:BG3279

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
30 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07.607113-08
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 244 SrArt. 247 SrArt. 45 lid 1 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontucht met minderjarig slachtoffer

Op 30 oktober 2008 heeft de rechtbank Zwolle-Lelystad uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte werd verdacht van ontuchtige handelingen met een minderjarig slachtoffer in Almere. De ten laste gelegde feiten betroffen onder meer pogingen tot seksueel binnendringen en diverse andere ontuchtige handelingen met een slachtoffer dat jonger dan twaalf jaar was, alsmede handelingen met een slachtoffer jonger dan zestien jaar.

De officier van justitie achtte het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen en vorderde een werkstraf van 120 uur met een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden. De raadsman voerde aan dat er sprake was van schending van opsporings- en vervolgingsvoorschriften en dat het bewijs onvoldoende was, mede op basis van een deskundigenonderzoek dat twijfels opriep over de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer.

De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan de ten laste gelegde feiten. Hoewel de rechtbank voorshands geen schending van vormvoorschriften aannam, ontbrak de overtuiging over de toedracht van de gebeurtenissen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij en hief het het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

De zitting vond plaats op 16 oktober 2008, waarbij verdachte werd bijgestaan door zijn advocaat. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige strafkamer onder voorzitterschap van mr. A.J. Louter.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen met minderjarig slachtoffer.

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD
Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer
Parketnr. : 07.607113-08 P
Uitspraak: 30 oktober 2008
Vonnis in de zaak van:
het openbaar ministerie
tegen
[verdachte],
[geboortedatum],
[woonplaats].
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 16 oktober 2008. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.L. van Uchelen, advocaat te Zeewolde.
TENLASTELEGGING
De verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 24 januari 2008 in de gemeente Almere, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met [slachtoffer] ([geboortedatum]), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) te plegen, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], immers heeft hij, verdachte, toen aldaar, meermalen, in ieder geval éénmaal,
- die [slachtoffer] op de mond gezoend en/of (vervolgens) getracht zijn, verdachtes, tong in de mond van die [slachtoffer] te duwen/brengen en/of
- die [slachtoffer] haar broek uitgetrokken te doen en/of
- met een trilstaaf/dildo en/of een usb-stick, in ieder geval met een voorwerp, die [slachtoffer] (over de onderbroek) op de vagina en/of tussen/over de benen en/of over de borsten en/of over de buik aangeraakt en/of
- de borsten van die [slachtoffer] met zijn, verdachtes, hand(en) en/of vinger(s) betast/aangeraakt,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
art 244 Wetboek Pro van Strafrecht
art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht
althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 24 januari 2008 in de gemeente Almere, met [slachtoffer] ([geboortedatum]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het meermalen, in ieder geval éénmaal,;
- zoenen op de mond van die [slachtoffer] en/of (vervolgens) trachten zijn, verdachtes, tong in de mond van die [slachtoffer] te duwen/brengen en/of
- aanraken van die [slachtoffer] (over de onderbroek) op de vagina en/of tussen/over de benen en/of over de borsten en/of over de buik en/of
- betasten/aanraken van de borsten van die [slachtoffer] met zijn, verdachtes, hand(en)
en/of vinger(s);
art 247 Wetboek Pro van Strafrecht
FORMELE VOORVRAGEN
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in haar vordering worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor een schorsing van de vervolging.
BEWIJS EN BEWEZENVERKLARING
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde, te weten een poging tot het seksueel binnendringen, wettig en overtuigend bewezen. De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 120 uur met aftrek van 32 uur in verband met voorarrest, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar.
Het standpunt van de raadsman
De raadsman heeft gesteld dat bij de opsporing en vervolging in de onderhavige strafzaak niet is gehandeld overeenkomstig de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik. Er is derhalve sprake van schending van vormvoorschriften, hetgeen tot bewijsuitsluiting dient te leiden van de aangifte door de moeder van het slachtoffer en de verklaringen van een tweetal getuigen. Voorts kan aan de verklaring van getuige [verdachte] geen steunbewijs worden ontleend, nu deze niet op eigen waarneming is gebaseerd. De verklaring van het slachtoffer levert onvoldoende wettig bewijs op. Het onderzoek van prof. dr. R. Bullens naar de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer leidt tot twijfel aan de volledige juistheid van die verklaring. De raadsman heeft verzocht om vrijspraak en om opheffing van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem zowel primair als subsidiair ten laste gelegde. Daargelaten of het standpunt van de raadsman ten aanzien van de door hem voorgestane bewijsuitsluiting zou moeten worden gevolgd – voorshands lijkt naar het oordeel van de rechtbank overigens geen sprake te zijn van schending van enig vormvoorschrift – mist de rechtbank de overtuiging dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem ten laste gelegde. In onvoldoende mate is de toedracht komen vast te staan van wat zich exact heeft voorgedaan tussen de verdachte en het slachtoffer.
BESLISSING
Het primair en subsidiair ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
Het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven.
Aldus gewezen door mr. A.J. Louter, voorzitter, mrs. G.H Meijer en H.M. Schaak, rechters, in tegenwoordigheid van M. Smit als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 oktober 2008.