ECLI:NL:RBZLY:2008:BG0798

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
2 april 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
141549 / HA ZA 08-156
Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 486 RvArt. 122 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rolbeslissing over procesvolgorde in gerechtelijke rangregeling tussen PCS en ontvanger Belastingdienst

In deze civiele zaak tussen Precision Camera Supports Inc. (PCS), een vennootschap naar buitenlands recht, en de ontvanger van de Belastingdienst Lelystad, staat de procedurele vraag centraal wie als eerste een conclusie moet nemen in een gerechtelijke rangregeling. De ontvanger had de plaatsing van PCS betwist, waarna de rechter-commissaris partijen verwees naar een rolzitting.

De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 486 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat is ontleend aan artikel 122 van Pro de Faillissementswet, de schuldeiser die erkenning vraagt (hier PCS) als eiseres optreedt en de partij die de vordering betwist als verweerder. Dit betekent dat PCS als schuldeiseres als eerste een conclusie moet nemen.

De rechtbank wijst erop dat deze uitleg ook strookt met het derde lid van artikel 486 Rv Pro, waarin de gevolgen zijn geregeld als een partij niet verschijnt. PCS had uitstel gekregen tot 26 maart 2008 om een conclusie te nemen, maar heeft dit niet gedaan. Daarom bepaalt de rechtbank dat PCS alsnog een conclusie moet nemen op de rolzitting van 7 mei 2008, met ambtshalve peremptoire termijn, en houdt zij verdere beslissing aan.

De uitspraak is gegeven door rechter M.H.S. Lebens-de Mug en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2008.

Uitkomst: PCS moet als schuldeiseres als eerste een conclusie nemen binnen de gestelde termijn, anders wordt de zaak verder aangehouden.

Uitspraak

rolbeslissing
RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 141549 / HA ZA 08-156
Rolbeslissing van 2 april 2008
in de zaak van
de vennootschap naar buitenlands recht
PRECISION CAMERA SUPPORTS INC.,
gevestigd te Granada Hills, Californië (Verenigde Staten van Amerika),
schuldeiseres na verwijzing,
procureur mr. J.M. van Raaijen,
advocaat mr. P.M. Smits te Amsterdam,
tegen
ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/ONDERNEMINGEN LELYSTAD,
wonende te Lelystad,
kantoorhoudende te Lelystad,
verweerster na verwijzing,
procureur mr. M.F.H.M. van Haastert,
advocaat mr. H. De Coninck-Smolders te Amsterdam.
Partijen zullen hierna PCS en de ontvanger genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het proces-verbaal van gerechtelijke rangregeling tot verwijzing van het geding naar de terechtzitting van de rechtbank van 28 januari 2008.
1.2. De beschikking is bepaald op heden.
2. De beoordeling
2.1. Nadat de ontvanger de plaatsing van PCS had tegengesproken, heeft de rechter-commissaris, gelet op de door de ontvanger gevoerde tegenspraak en het door PCS ingenomen standpunt, inhoudende dat van een vereniging geen sprake kan zijn, partijen verwezen naar de rolzitting van woensdag 27 februari 2008.
2.2. Nadat ieder van partijen procureur had gesteld, is de zaak verwezen naar de rol van 12 maart 2008 voor het nemen van een conclusie aan de zijde van PCS. Vervolgens is aan PCS een laatste uitstel verleend tot 26 maart 2008. PCS heeft geen conclusie genomen.
2.3. Voor zover aan de zijde van PCS onduidelijkheid bestaat over de vraag welke partij als eerste een conclusie dient te nemen overweegt de rechtbank als volgt.
2.4. Ingevolge het bepaalde in artikel 486, eerste lid, Rv. verwijst de rechter-commissaris de partijen in geval van tegenspraak, zo hij ze niet kan verenigen, en voor zoveel het geschil niet reeds aanhangig is, naar een door hem te bepalen terechtzitting van de rechtbank, zonder dat daartoe een dagvaarding is vereist. In het tweede lid is de wijze bepaald waarop partijen in de procedure dienen te verschijnen. In het derde lid is het (rechts)gevolg geregeld indien hetzij de schuldeiser, wiens vordering is tegengesproken, hetzij hij die tegenspraak heeft gedaan, niet in de procedure verschijnt.
2.5. De strekking van het bepaalde in artikel 486 Rv Pro.,welk artikel is ontleend aan art.
122 van de Faillissementswet, laat geen andere uitleg toe dan dat de erkenning vragende schuldeiser, in casu PCS, als eiseres optreedt, en hij die de vordering heeft betwist als verweerder. Deze strekking is ook in overeenstemming met het in het derde lid van artikel 486 gegeven Pro gevolg voor het geval een van partijen niet bij procureur op de daarvoor bepaalde terechtzitting verschijnt. Hieruit volgt dat PCS als schuldeisers als eerste een conclusie dient te nemen.
3. De beslissing
De rechtbank
3.1. bepaalt dat PCS als schuldeiseres een conclusie dient te nemen,
3.2. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 7 mei 2008 voor conclusie aan de zijde van PCS, met de aantekening 3 AP (ambtshalve peremptoir),
3.3. houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.H.S. Lebens-de Mug en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2008.