ECLI:NL:RBZLY:2008:BG0798
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rolbeslissing over procesvolgorde in gerechtelijke rangregeling tussen PCS en ontvanger Belastingdienst
In deze civiele zaak tussen Precision Camera Supports Inc. (PCS), een vennootschap naar buitenlands recht, en de ontvanger van de Belastingdienst Lelystad, staat de procedurele vraag centraal wie als eerste een conclusie moet nemen in een gerechtelijke rangregeling. De ontvanger had de plaatsing van PCS betwist, waarna de rechter-commissaris partijen verwees naar een rolzitting.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 486 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat is ontleend aan artikel 122 van Pro de Faillissementswet, de schuldeiser die erkenning vraagt (hier PCS) als eiseres optreedt en de partij die de vordering betwist als verweerder. Dit betekent dat PCS als schuldeiseres als eerste een conclusie moet nemen.
De rechtbank wijst erop dat deze uitleg ook strookt met het derde lid van artikel 486 Rv Pro, waarin de gevolgen zijn geregeld als een partij niet verschijnt. PCS had uitstel gekregen tot 26 maart 2008 om een conclusie te nemen, maar heeft dit niet gedaan. Daarom bepaalt de rechtbank dat PCS alsnog een conclusie moet nemen op de rolzitting van 7 mei 2008, met ambtshalve peremptoire termijn, en houdt zij verdere beslissing aan.
De uitspraak is gegeven door rechter M.H.S. Lebens-de Mug en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2008.
Uitkomst: PCS moet als schuldeiseres als eerste een conclusie nemen binnen de gestelde termijn, anders wordt de zaak verder aangehouden.