ECLI:NL:RBZLY:2008:BF0499
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.P. Nieuwenhuis
- G. Blomsma
- R.M. Berendsen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging doodslag na steekincident Almere
Op 8 september 2006 vond in Almere een steekincident plaats waarbij twee slachtoffers werden gestoken. Verdachte werd beschuldigd van poging tot doodslag door het steken van de slachtoffers met een mes in de rug en het gezicht. Tijdens het onderzoek en de zittingen bleek echter dat geen van de slachtoffers kon bevestigen dat verdachte de dader was. Een getuige verklaarde aanvankelijk de dader te hebben gezien, maar trok deze verklaring later in.
De officier van justitie erkende dat de tenlastelegging niet wettig en overtuigend kon worden bewezen. De verdediging voerde aan dat sprake was van persoonsverwisseling en wees op het ontbreken van aanvullend onderzoek naar een Audi A3, een medisch rapport en een telefoonnummer genoemd door een slachtoffer. Ook ontbraken verslagen van politiecontacten met getuigen.
De rechtbank concludeerde dat de bewijsvoering onvoldoende was om verdachte te verbinden aan het steekincident. De dagvaarding was geldig, de rechtbank was bevoegd en de officier van justitie ontvankelijk, maar de feiten konden niet wettig en overtuigend worden bewezen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlasteleggingen van poging tot doodslag.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Zwolle-Lelystad op 28 augustus 2008, na meerdere zittingen vanaf maart 2007. De rechtbank hechtte waarde aan de inconsistenties in getuigenverklaringen en het ontbreken van cruciaal aanvullend onderzoek.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor poging tot doodslag.