ECLI:NL:RBZLY:2008:BE8664
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.P. Nieuwenhuis
- A.W.M. van Hoof
- J.P.C. Obbink
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na drugshandel en overschrijding redelijke termijn
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde de ontnemingsvordering tegen betrokkene, die eerder was veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. De ontnemingsvordering werd binnen de wettelijke termijn van twee jaar na de uitspraak in eerste aanleg ingediend, maar de totale behandeling duurde ongeveer 3,5 tot 4 jaar, wat een overschrijding van de redelijke termijn volgens artikel 6 EVRM Pro oplevert.
De rechtbank overwoog dat de overschrijding gering was en mede veroorzaakt werd door verzoeken van beide partijen, waaronder getuigenverhoren en schriftelijke conclusies. Volgens recente jurisprudentie leidt een dergelijke overschrijding niet tot niet-ontvankelijkheid van het OM, maar tot compensatie door vermindering van het ontnemingsbedrag. De rechtbank constateerde echter dat de overschrijding hier zo gering was dat volstaan kon worden met een constatering.
Het financieel strafrechtelijk onderzoek, uitgevoerd door een gekwalificeerde deskundige, stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €69.844. De verdediging voerde aan dat betrokkene geen voordeel had genoten en dat inkomsten uit ambulante handel en bijstand van vriendinnen niet waren meegenomen, maar de rechtbank achtte het rapport en de gebruikte kasopstelling als een toelaatbare en betrouwbare methode. De rechtbank legde daarom de ontnemingsverplichting van €69.844 op aan betrokkene.
Uitkomst: Betrokkene is veroordeeld tot betaling van €69.844 aan ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.