ECLI:NL:RBZLY:2008:BD9087
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H. Meijer
- G.P. Nieuwenhuis
- A.W.M. van Hoof
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontuchtige handelingen jegens kwetsbare slachtoffers
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen jegens twee kwetsbare mannen in Almere. De feiten betroffen meerdere perioden tussen maart 2007 en januari 2008, waarbij verdachte seksuele handelingen zou hebben verricht op slachtoffers die niet in staat waren hun wil te bepalen of weerstand te bieden vanwege bewusteloosheid, geestelijke stoornissen of lichamelijke onmacht.
Het bewijs bestond uit verklaringen van de slachtoffers, getuigenverklaringen, spiegelconfrontaties en aangiften. De officier van justitie stelde dat verdachte misbruik maakte van de kwetsbaarheid van de slachtoffers voor financieel gewin. De verdediging voerde aan dat het bewijs onrechtmatig was verkregen, spiegelconfrontaties onbetrouwbaar waren en dat onvoldoende vaststond dat de slachtoffers daadwerkelijk niet in staat waren weerstand te bieden.
De rechtbank oordeelde per ten laste gelegd feit dat onvoldoende wettig bewijs aanwezig was. De spiegelconfrontaties waren niet doorslaggevend en er ontbrak medisch bewijs voor de lichamelijke of geestelijke onmacht van de slachtoffers. De rechtbank verwierp de formele bezwaren van de verdediging en verklaarde verdachte vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet ontvankelijk verklaard omdat de feiten niet bewezen waren. Het vonnis werd uitgesproken op 17 juli 2008 door drie rechters onder voorzitterschap van mr. G.H. Meijer.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs van ontuchtige handelingen jegens kwetsbare slachtoffers.