ECLI:NL:RBZLY:2008:BD6161

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
3 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/630097-07
Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen heroïnehandel

De verdachte werd ten laste gelegd van medeplegen van het buiten Nederland brengen van zeven kilo heroïne en andere gerelateerde feiten. Tijdens de terechtzitting op 20 mei 2008 werd vastgesteld dat het bewijs, waaronder telefoontaps en het contact met een derde persoon die met heroïne werd aangetroffen, onvoldoende was om de betrokkenheid van verdachte wettig en overtuigend aan te tonen.

De rechtbank oordeelde dat niet kon worden vastgesteld dat het contact van verdachte daadwerkelijk betrekking had op het vervoer of de handel in heroïne, noch welke rol verdachte daarin zou hebben gespeeld. Ook voor de overige tenlastegelegde feiten kon niet worden geconcludeerd dat deze betrekking hadden op heroïne.

Op basis van deze bevindingen sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven en onmiddellijke invrijheidstelling gelast. De officier van justitie had een gevangenisstraf van vier jaar geëist, maar dit werd door de rechtbank niet gevolgd.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs en onmiddellijk in vrijheid gesteld.

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD
Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer
Parketnr. : 07.630097-07
Uitspraak: 3 juni 2008
Vonnis in de zaak van:
het openbaar ministerie
tegen
[naam ]
geboren op [geboortedatum]
wonende te [adres]
thans verblijvende in [verblijfplaats]
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 20 mei 2008. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. C.S.P.M. de Kock, advocaat te Zwolle.
De officier van justitie, mr. H. Timmer, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte terzake het onder 1 tot en met 4 tenlastegelegde tot een gevangenisstraf van 4 jaar, met aftrek van voorarrest.
TENLASTELEGGING
De verdachte is ten laste gelegd dat:
(volgt tenlastelegging)
BEWIJS
De verdachte dient van het onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.
Onder 1 is verdachte ten laste gelegd, het medeplegen van het buiten Nederland brengen van zeven kilo heroïne. Uit het onderzoek ter terechtzitting blijkt, dat verdachte contact heeft gehad [naam] en dat deze [naam] in Amsterdam is aangetroffen met zeven kilo heroïne. Uit het onderzoek is echter niet duidelijk geworden of het contact van verdachte met deze [naam] daadwerkelijk zag op het vervoer en/of de handel in heroïne en zo ja, welke concrete rol verdachte hierin zou hebben gespeeld. Verdachte dient dan ook van het onder 1 ten laste gelegde te worden vrijgesproken.
Voor wat betreft de feiten 2 tot en met 4 kan, naar het oordeel van de rechtbank, op grond van de inhoud van de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen, met name de diverse telefoontaps die op de betreffende feiten betrekking zouden hebben, niet worden geconcludeerd dat de al dan niet illegale activiteiten waarbij verdachte blijkens die bewijsmiddelen betrokken zou zijn, feitelijk betrekking hebben op heroïne, zoals tenlastegelegd.
BESLISSING
Het onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De rechtbank heft het bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van heden en gelast diens onmiddellijke invrijheidstelling.
Aldus gewezen door mr. F. Koster, voorzitter, mrs. G.A. Versteeg en L.J.C. Hangx, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Zeilstra als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juni 2008.