ECLI:NL:RBZLY:2008:BD6161
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen heroïnehandel
De verdachte werd ten laste gelegd van medeplegen van het buiten Nederland brengen van zeven kilo heroïne en andere gerelateerde feiten. Tijdens de terechtzitting op 20 mei 2008 werd vastgesteld dat het bewijs, waaronder telefoontaps en het contact met een derde persoon die met heroïne werd aangetroffen, onvoldoende was om de betrokkenheid van verdachte wettig en overtuigend aan te tonen.
De rechtbank oordeelde dat niet kon worden vastgesteld dat het contact van verdachte daadwerkelijk betrekking had op het vervoer of de handel in heroïne, noch welke rol verdachte daarin zou hebben gespeeld. Ook voor de overige tenlastegelegde feiten kon niet worden geconcludeerd dat deze betrekking hadden op heroïne.
Op basis van deze bevindingen sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven en onmiddellijke invrijheidstelling gelast. De officier van justitie had een gevangenisstraf van vier jaar geëist, maar dit werd door de rechtbank niet gevolgd.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs en onmiddellijk in vrijheid gesteld.