ECLI:NL:RBZLY:2008:BD3363
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing langdurigheidstoeslag wegens WW-uitkering in referteperiode
Eiseres ontvangt sinds 2002 een bijstandsuitkering en vroeg op 20 december 2006 een langdurigheidstoeslag aan. Verweerder wees dit verzoek af op 19 januari 2007 omdat eiseres in de voorafgaande 60 maanden meer dan € 4152 aan inkomsten uit arbeid had ontvangen, waaronder een WW-uitkering van januari 2002 tot mei 2003.
Eiseres stelde dat zij niet in de gelegenheid was gesteld te worden gehoord, waardoor het besluit in strijd is met artikel 7:3 Awb Pro. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar niet kennelijk ongegrond was en dat de hoorplicht daarom niet was vervallen, wat leidt tot vernietiging van het besluit.
De rechtbank ging vervolgens in op de vraag of het ontvangen van een WW-uitkering in de referteperiode uitsluit dat sprake is van afwezigheid van arbeidsmarktperspectief. Verweerder voerde beleid dat het enkele genieten van een WW-uitkering tot afwijzing leidt, maar de rechtbank stelde vast dat dit beleid niet strookt met het Handboek Wet Werk en Bijstand en de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep.
De rechtbank concludeerde dat de afwijzing niet deugdelijk gemotiveerd was en dat verweerder een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de langdurigheidstoeslag wordt vernietigd en het beroep wordt gegrond verklaard.