ECLI:NL:RBZLY:2008:BC7237
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en bekend noodbevel bij overtreding ambtelijk bevel
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde op 17 maart 2008 de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van het niet voldoen aan een ambtelijk bevel krachtens artikel 184 Wetboek Pro van Strafrecht. Het ging om een noodbevel uitgevaardigd door de burgemeester van Zwolle op 29 oktober 2007, gericht op het handhaven van de openbare orde rondom een voetbalwedstrijd.
De rechtbank onderzocht of het noodbevel als een verbindend wettelijk voorschrift kon worden aangemerkt en of het bevel rechtmatig was gegeven en voldoende kenbaar was gemaakt aan verdachte. Uit de feiten bleek dat het noodbevel een besluit was in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht en niet rechtstreeks als wettelijk voorschrift kon gelden. Bovendien was het bevel niet persoonlijk aan verdachte bekendgemaakt.
De politierechter oordeelde dat de politiefunctionarissen slechts uitvoering gaven aan het noodbevel en dat de vordering om de stad te verlaten niet gerechtvaardigd was op het moment dat deze werd gegeven, omdat de groep zich gedisciplineerd gedroeg en geen ordeverstoring dreigde.
Verder werd het beroep op niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie verworpen, omdat geen sprake was van willekeur en de keuze om alleen GAE-aanhangers te vervolgen niet onredelijk was. Uiteindelijk werd het ten laste gelegde niet bewezen geacht en volgde vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat het noodbevel niet als verbindend wettelijk voorschrift gold en onvoldoende bekend was gemaakt.