ECLI:NL:RBZLY:2007:BD4301
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens tekortkoming bij afvoer uien en voordeelstoerekening
Op 30 april 2005 sloten partijen een overeenkomst waarbij gedaagde zich verbond 400 ton uien af te voeren tegen een afgesproken prijs. Gedaagde voerde echter slechts 200 ton af, waarna eiser zelf de resterende uien moest uitrijden. Eiser vorderde vergoeding van kosten die hij maakte vanwege de tekortkoming van gedaagde.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn schade de bespaarde kosten van gedaagde oversteeg, zoals bedoeld in artikel 6:100 BW Pro. Eiser kon niet overtuigend aantonen dat hij hogere bewaarkosten had gemaakt of dat hij door de langere opslag inkomsten misliep. Ook was onvoldoende onderbouwd dat hij de meerkosten voor het uitrijden niet zelf had kunnen beperken.
De rechtbank stelde vast dat de eventuele schade van eiser lager was dan het voordeel dat gedaagde had door de niet-tijdige afvoer. Hierdoor faalde de vordering. De rechtbank liet verder in het midden of gedaagde tekort was geschoten of in verzuim was. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten, terwijl gedaagde in het incident in de proceskosten werd veroordeeld.
Uitkomst: Vordering wegens tekortkoming bij afvoer uien wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van netto schade.