ECLI:NL:RBZLY:2007:BC9130
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verzekeraar mag bedrijfspolis beëindigen na twijfel over inbraak en diefstal
Eiseres, eigenaar van een beautysalon, had een bedrijfspolis bij ABN AMRO afgesloten voor haar inventaris. Na melding van diefstal van een IPL-machine op 6 oktober 2006 deed ABN AMRO een deskundigenonderzoek dat twijfels opriep over de inbraak en diefstal. De overbuurvrouw verklaarde een man bij de vernielde ruit te hebben gezien, maar deze was niet binnen geweest en droeg niets bij zich.
ABN AMRO stelde de schadeclaim op enigerlei wijze in onderzoek en stelde dat onvoldoende aannemelijk was dat de inbraak en diefstal hadden plaatsgevonden. Vervolgens weigerde de verzekeraar uitkering en zegde de bedrijfspolis op per 25 april 2007, waarbij ook melding werd gemaakt bij Stichting CIS.
Eiseres vorderde in kort geding uitkering van de schade, herstel van de polis en het ongedaan maken van de CIS-melding. De voorzieningenrechter oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was dat de inbraak en diefstal hadden plaatsgevonden, waardoor de verzekeraar niet tot uitkering gehouden was. De opzegging van de polis was rechtsgeldig vanwege vermoedelijke misleiding, waardoor geen opzegtermijn hoefde te worden gehanteerd. Ook de CIS-melding was gerechtvaardigd.
De vorderingen werden afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door mr. M.H.S. Lebens-de Mug op 5 juni 2007.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiseres af en bevestigt de rechtmatigheid van de weigering tot uitkering en de beëindiging van de bedrijfspolis.